Creatief in beweging

voor inspiratie en actie


Een reactie plaatsen

Blog verplaatst

Vanaf nu verschijnen er geen artikelen meer op deze blogpagina. Het hele blog is verplaatst naar een andere website. Vandaag is daarop het eerste artikel verschenen.

Ik zou het heel fijn vinden wanneer alle vaste lezers zich willen aanmelden bij het nieuwe blog. Ik zie jullie heel graag terug op www.beweeginspirator.nl.

Bedankt voor het trouwe volgen en tot op de volgende pagina.

Afscheid

Advertenties


1 reactie

Op zoek naar ideeën

zee (1 van 1)-2

Ik ben bezig met de voorbereiding van de workshop die ik aanstaande woensdag geef tijdens de Zwembadbranchedag 2015. De titel is ‘Creatief in beweging’. Het is de ‘ondertitel’ van mijn bedrijf, een soort lijfspreuk. Maar wat moet je je daar nu bij voorstellen?

Blijven bewegen

‘Creatief in beweging’ heeft voor mij (n bedrijf) twee invalshoeken. Ik hou er van om op een creatieve manier naar bewegen te kijken. Ik kijk om me heen en probeer ideeën te verzamelen met als achterliggende vraag ‘hoe kunnen we er voor zorgen dat bewegers in beweging komen, met plezier bewegen en dit ook volhouden (blijven doen)’.  De ideeën verwerk ik in mijn visie op leren zwemmen, producten en workshops.

Veranderen is bewegen

Daarnaast gebruik ik ‘Creatief in beweging’ ook in letterlijke zin. Tijdens mijn trainingen gebruik ik creatieve werkvormen en, als het mogelijk is, creatieve technieken om mensen te laten nadenken over mogelijkheden om te vernieuwen, te veranderen en/of te verbeteren.

Wanneer ik verander- en verbeterprocessen begeleid, maak ik gebruik van het volgende stappenplan:

  1. Vaste patronen zoeken, hoe doe(n) je (jullie) het nu? (beginsituatie vastellen en nadenken over waarom je wilt veranderen of vernieuwen; de richting en/of het doel van de verandering of vernieuwing vaststellen)
  2. Hoe kan het anders? Op zoek naar ideeën en oplossingen voor je vraagstelling (trends opzoeken, onderzoek en literatuur bijhouden, experts raadplegen, kijken bij anderen, brainstormen = met creatieve technieken komen tot heel veel oplossingen en ideeën)
  3. Wat vind je er van? Op zoek naar weerstand, wat houdt je tegen? (de oplossingen bespreken, combineren, bijschaven e.d. om uiteindelijk een keuze te kunnen maken)
  4. Wat ga je anders doen? (kiezen)
  5. Hoe ga je het doen? (actieplan, wat ga ik doen om het doel te bereiken?)

 

Wanneer het gaat om het creëren van draagvlak voor een verandering, ligt het accent op stap 1, 2 en 3. Met elkaar kijken we dan bijvoorbeeld naar hoe er nu wordt lesgegeven. Ik kruip dan in de rol van de expert en presenteer allerlei voorbeelden van ‘hoe het ook kan’. Meestal zijn daar ook extremen bij, waardoor er een levendige, soms pittige discussie ontstaat. Dat is ook de bedoeling. Er is veel ruimte voor het uitwisselen van individuele meningen.

Brainstormen

Ik word ook gevraagd om met deelnemers/medewerkers te zoeken naar allerlei oplossingen voor een bepaalde vraag (die vooraf is geformuleerd). Op zo’n moment presenteer ik geen eigen ideeën, maar stimuleer ik deelnemers om met elkaar op ideeën te komen, ik begeleid dan een brainstorm.

Dat ga ik ook doen in de workshop tijdens de Zwembadbranchedag. Als deelnemer ga je (in een half uur) aan de slag met creatieve technieken en ervaar je hoe je tot oplossingen en ideeën kunt komen. In de aankondiging staat een aantal voorbeeldvragen voor de brainstorm genoemd. Om tijd te besparen, moet ik die vraag vooraf kiezen. Denk je met me mee?

Welke vraag?

Ik heb een voorselectie gemaakt van vragen die ik tijdens de workshop centraal kan stellen:

  1. hoe kunnen we kinderen met (meer) plezier leren zwemmen?
  2. hoe kunnen we kinderen sneller leren zwemmen?
  3. hoe kunnen we meer bezoekers naar het zwembad krijgen?

 

Welke vraag heeft jouw voorkeur? Laat het me weten via een reactie hieronder of op Facebook of mail jouw keuzenummer. Kom je niet naar de Zwembadbranche dag? Ook dan kun je stemmen. Ik beloof dat ik een samenvatting blog van de oplossingen die zijn bedacht!


Een reactie plaatsen

Zwemles in de toekomst

Kunstroute Goutum (1 van 8)

Het is vandaag ‘werelddag van de verbeelding’. Daarom ga ik (nog een keer*) dromen over zwemles van de toekomst? Heerlijk om daar over na te denken! Leren is leuk! Kinderen krijgen volop gelegenheid om zelf mee te beslissen over wat ze gaan doen. De start van de les is iedere keer een verrassing, kinderen zijn bloednieuwsgierig. Vooruitkomen in het water staat iedere les centraal. Hoe? Op allerlei manieren. Met een borstcrawl, schoolslag of door te zwemmen zoals Superman vliegt. Leren zwemmen is leuk, het plezier spat er af. Ouders zijn tevreden, ze weten waar ze het voor doen.

Een utopie? Doen we het eigenlijk al op deze manier? Wat moet er veranderen? Het begint volgens mij bij de manier waarop we naar leren zwemmen kijken. Nu lijkt het of leren zwemmen het aanleren van een zwemslag is. Het technisch perfecte plaatje is de leidraad. “De schoolslag is te moeilijk, borstcrawl is ‘veel natuurlijker’, supermanzwemmen past beter”. Mijn ideaal is leren zwemmen te zien als ‘je leren verplaatsen in het water’. In het begin doe je dat lopend. Als dat lukt, ontstaat er motivatie om het ook eens op een andere manier te proberen. Kinderen raken gewenaan water, leren evenwicht te bewaren en zich te verplaatsen op gevarieerde manieren.

Zwemmen is vooruit komen in water

Hoe je precies vooruitkomt is niet belangrijk, kinderen worden door feedback wel uitgedaagd de stuwvlakken zo effectief mogelijk in te zetten. Het gaat niet om het perfecte plaatje, het effect of resultaat staat centraal. Het ontwikkelen van watergevoel is het doel. Impliciet leren is het uitgangspunt. Dit betekent dat kinderen op een onbewuste manier leren dat vooruitkomen altijd lukt. Door feedback, verpakt in leuke opdrachten en met behulp van materialen ontdekken ze dat voortbewegen ook nog anders kan. Op een manier die ‘de mensen die er verstand van hebben ‘‘beter’ vinden.

Na het ‘vrijblijvende’ volgt het leren van een bepaalde zwemtechniek. Ik kies voor de zwemslagen uit het Zwem-ABC. Ik wil ze de enkelvoudige rugslag leren omdat ze met die vaardigheid met relatief weinig energie naar de kant kunnen zwemmen. Ik wil ze de borstcrawl leren omdat dat een slag is waarmee je voor de dag kan komen. En die schoolslag is heel handig als je jezelf wilt redden.

Meer impliciet leren

Als je deze zwemslagen perfect uitvoert verbruik je geen onnodige energie en heb je een optimaal rendement in de vorm van voortstuwing. Niet (direct) haalbaar bij jonge kinderen van 4 à 5 jaar. Ik kijk daarom liever naar de globale uitvoering van de zwemslag en hoop dat ze het al ontwikkelde watergevoel gaan inzetten om vooruit te komen. Door variatie en feedback wordt de techniek beter, kinderen remmen zichzelf minder af, voelen het ritme van de slag.

Expliciet leren wil ik zoveel mogelijk vermijden. Ik leg de slag niet tot in de puntjes uit. Een zwemslag doe ik voor, kinderen proberen het na te doen en ontdekken. Ik kijk naar de totale beweging, ik beperk de feedback op de uitvoering. ‘Kin op je borst’ vervang ik door ‘kijk naar de pion op de bodem’, ‘lang maken’ vervang ik door ‘tik de flexibeam aan’. Ik neem op de korrel toe dat het een tijdje duurt voordat ‘het kwartje valt’. Langer dan nu, in 2015, gaat het niet duren. Ik weet dat door veel gevarieerd oefenen de goede technische uitvoering uiteindelijk wordt bereikt.

Wat levert het op?

Anders kijken naar een zwemslag, wat levert het op? Leren wordt leuker. Belangrijke voorwaarden om de motivatie van kinderen te bevorderen zijn gemakkelijker in te vullen. Variatie in de uitvoering van het bewegen is een must, kinderen worden meer betrokken bij het leerproces (ik kan het zelf), een uitvoering lukt veel sneller (ik kan het), positieve feedback geven kost de lesgever geen enkele moeite. Iedere kind leert op zijn eigen manier en niveau. Iedereen is bezig met hetzelfde doel, afkijken is leuk en mag, er is verbondenheid (ik hoor er bij).

Lessen waarin alleen maar op dezelfde manier heen en weer wordt gezwommen, behoren tot de verleden tijd. Ze zijn niet effectief en dodelijk saai. Door variatie, zelf ontdekken, oefenen en herhalen, individuele feedback lukken dingen beter en wordt het leren spannender en afwisselender.

Kinderen met een (gezonde) bewegingsdrang komen in hun element. Kinderen die doorstromen uit het baby- en peuter zwemmen mogen blijven doen wat ze altijd al deden. Spelend leren, maar nu met een duidelijker plaatje als richtlijn.

Het kind met talent valt direct op. Het laat zien dat het van nature al watergevoel in zijn bezit heeft. Hoe? Dit kind komt het snelste vooruit, in alle fasen, op alle manieren. Een borstcrawl heeft het kind zo onder de knie. Een enkelvoudige rugslag en schoolslag ook! Door de individuele feedback groeit dit kind in z’n zelfvertrouwen, uitdaging en variatie zorgen ervoor dat steeds nieuwe varianten worden ontdekt. De intrinsieke motivatie groeit.

Ouders en de toekomst

Als je het mij vraagt, hebben ouders het wel moeilijk met de zwemles, in de toekomst. Het gezamenlijke doel blijft wel gelijk. Zorgen dat kinderen zichzelf kunnen redden, dat is waar we het voor doen. Maar het vertrouwde zwemlesbeeld is enigszins gehusseld. De schoolslag en borstcrawl zijn concrete dingen, iedereen weet waar je het over hebt en hoe ze er uit moeten zien. Vooruitkomen op je eigen manier? Schoolslag leren op allerlei gekke manieren? Impliciet leren? Slijpt die beweging niet fout in? Moet je ’m dan niet weer afleren? En hoe lang duurt dat dan wel niet?

Gelukkig is al veel onderzoek gedaan naar impliciet en expliciet leren, soorten feedback en ontwikkelen van intrinsieke motivatie. De resultaten bieden grote kansen voor de zwemles van de toekomst. Interessant om vorm te geven en de effecten te onderzoeken. Op naar de toekomst!

(*dit blog verscheen eerder als gastblog voor het Expertisecentrum Zwemonderwijs)

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.


2 reacties

Minder verdrinkingen, is schoolzwemmen de oplossing?

zee

Iedere zomer keert het terug. In 2014 en 2015 luidt Reddingsbrigades Nederland op identieke wijze de noodklok. Het aantal verdrinkingen in de zomer stijgt. Om ‘Poolse toestanden’ te voorkomen moet het schoolzwemmen weer worden ingevoerd en verplicht.

De reacties zijn ook jaarlijks nagenoeg gelijk. Leren zwemmen is een zaak van de ouders. Voor kinderen die geen zwemles (kunnen) krijgen, hebben gemeenten een apart ondersteuningsbeleid. Minister Schippers gaat wel steeds een stapje verder. Ze geeft dit jaar aan dat ze leren zwemmen heel belangrijk vindt en dat je vooral niet moet stoppen na A. En dat je, ook na het halen van het diploma, moet blijven zwemmen met je kinderen.

Dé oplossing?

Zal het steeds opnieuw herhalen van deze noodkreet uiteindelijk leiden tot het herinvoeren van het schoolzwemmen? Ik vraag het me af. Het lijkt me, zeker ook als  je het antwoord van de minister op kamervragen van de SP leest, niet realistisch. En, volgens mij is het ook niet dé oplossing voor het probleem.

Situatieschets

Wat is er aan de hand? Reddingsbrigades Nederland (RN) komt in de zomerperiode steeds vaker in actie om verdrinkingen te voorkomen. Er verdrinken ieder jaar meer mensen. Vorig jaar waren er negen verdrinkingen, dit jaar zijn het er elf. In vijf gevallen was er sprake van aantoonbaar gebrekkige zwemvaardigheid. Het ging om kinderen van allochtone afkomst. RN geeft als belangrijke oorzaak aan dat er sprake is van een afnemende zwemvaardigheid, ‘dat is een trend die we al jaren zien’. Want steeds minder kinderen halen een zwemdiploma, volgens de cijfers van het Nationaal Platform Zwembaden|NRZ . Daarom lijkt de terugkeer van schoolzwemmen de oplossing.

Gaat zwemvaardigheid achteruit?

Kloppen de feiten? Het is jammer om te constateren, maar de cijfers van het NPZ|NRZ zijn steeds minder betrouwbaar om het diplomabezit van kinderen te meten. Oorzaak is de toename van het aantal ‘andere’ zwemdiploma’s in de zwembadbranche. Ik persoonlijk denk dat nog steeds heel veel ouders zorgen dat hun kind leert zwemmen en dat daarin nauwelijks verandering is gekomen.

Voor allochtone kinderen ligt dit anders. We weten dat zij minder vaak in het bezit van een zwemdiploma zijn, met name in de leeftijd 6-15 jaar (rapport Zwemmen in Nederland). Gelukkig is er voor deze en andere kinderen die het nodig hebben nog wel een gemeentelijke (school)zwemvoorziening.

Ik denk dat het met de afnemende zwemvaardigheid als oorzaak van verdrinkingen wel meevalt. Ik denk zelfs dat er een mogelijkheid is dat ouders denken ‘mijn kind heeft een zwemdiploma, dus ik kan het wel even z’n gang laten gaan’. Die gedachte, gevoed door aanwezige zwemvaardigheid, kan de kans op ongelukken vergroten.

Oorzaak van verdrinking?

Wie verdrinken er? Dit zijn jonge kinderen, allochtone kinderen zonder zwemdiploma en volwassenen die zich laten verrassen door het water (stroming, snel dieper water e.a.). Wat hebben zij met elkaar gemeen? Het zou gebrek aan zwemvaardigheid kunnen zijn. Maar ik zie ook dat de genoemde groepen niet in staat zijn om de risico’s van het water in te schatten.

Jonge kinderen, met of zonder zwemdiploma, zijn te jong om te begrijpen dat water of de zee gevaarlijk kan zijn. Water is water. En, als ze op een prettige manier hebben leren zwemmen, is water leuk.

Allochtone kinderen die niet hebben leren zwemmen, zijn niet in staat te begrijpen wat water allemaal met je doet. Ze weten het gewoon niet. En springen bijvoorbeeld, net als hun vriendjes, lekker het zwembad in en merken dán dat ‘weer boven komen’ niet vanzelfsprekend is. De ervaring met water ontbreekt en daardoor ontbreekt ook de kennis over mogelijke gevaren.

Volwassenen die zich laten verrassen, hebben waarschijnlijk vooraf niet goed nagedacht over mogelijke gevaren. Wanneer ze verrast worden is de kans groot dat ze in paniek raken. En dan niet rustig blijven, maar juist ‘tegenwerken’, waardoor de kans op overleven kleiner wordt.

Oplossing?

Wanneer je het op deze manier bekijkt, lijkt met name voorlichting een belangrijke strategie om verdrinking te voorkomen . Voorlichting voor ouders met de nadruk op ‘zorg er voor dat je je kind niet uit het oog verliest’. Dit jaar werd dit al op verschillende manieren gedaan, met o.a. onderstaand filmpje (veiligheid.nl).

Voor volwassenen die gaan zwemmen in open water is er gelukkig (ook) het toezicht door de vrijwilligers van Reddingsbrigades Nederland. De vlaggen, borden en andere voorlichting kunnen hen informeren over gevaren en mogelijke acties in geval van nood.

De zwemweek

Op scholen kunnen kinderen in projectvorm kennis maken met de gevaren van het water en de manier waarop zij daar mee om kunnen gaan. Een ‘survival’project, in aansluiting op de stijl van ‘C in zee‘.  Misschien leuk om ieder jaar, naar het voorbeeld van de kinderboekenweek, een ‘zwemweek’ te organiseren? Het allermooist zou zijn dat alle kinderen ieder jaar hun vaardigheid onderhouden en dan natuurlijk in zo’n week (of op een andere momenten) het zwembad ingaan. Schoolzwemmen nieuwe stijl. Alles wat je hebt geleerd over (jezelf) redden in het water toepassen in verschillende (nagebootste) omstandigheden.

Wordt vervolgd

Wat kunnen we doen voor (allochtone) kinderen en/of volwassenen die niet kunnen zwemmen? Voor hen wordt meestal een vorm van schoolzwemmen aangeboden. Jammer genoeg is er niet altijd genoeg tijd (lees geld) beschikbaar om het A-diploma te halen. Wat ga je de kinderen dan vooral wel leren? Een interessante vraag, die steeds belangrijker zal worden nu steeds meer vluchtelingen naar ons land komen. Hoe kunnen we er voor zorgen dat zij kennis maken met zwemmen en niet verdrinken? Daarover in het volgende blog meer.

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen (in water). Zodat bewegers ‘in beweging komen’ en met plezier blijven bewegen.


Een reactie plaatsen

Eindtermgericht

In de online opleiding Lesgever Zwem-ABC wordt de vraag gesteld: ‘Wat vind jij van het C-diploma? Moet ieder kind dat halen? Zou je iets aan het examenprogramma willen veranderen? Waarom wel of niet?’

Belangrijke vragen vind ik dat, ik blijf steeds nieuwsgierig naar het antwoord. Een antwoord dat ik regelmatig lees, is in de trant van ‘ik vind het C-diploma een goede logische laatste stap in de doorstroming van ZwemABC. Ik zou er wel meer survivalaspecten in willen hebben en meer introductie naar de verschillende watersporten. Iets met een roeibootje of eens werpen met de bal zoals bij waterpolo bijvoorbeeld.’

Mijn feedback voelt inmiddels een beetje afgezaagd: ‘maar die dingen die kun je toch gewoon doen?’ Niets staat je als lesgever in de weg. En toch wordt het heel vaak niet gedaan. Waarom niet?

Truc

In het boekje ‘Als een vis in het water’ schreef ik een hoofdstuk met de titel ‘eindtermgericht’. ‘Eindtermgericht denken’ benadert een vaardigheid die kinderen voor het diploma moeten leren als een trucje. Kinderen moeten 10 tellen drijven? Dan drijven we 10 tellen met z’n allen. Kinderen moeten voor het C-diploma drijven met een hulpmiddel (HELP-houding)? Prima, hier is een bal en we gaan oefenen.

Lesgeven op deze manier is behoorlijk eenzijdig en ook best wel saai. En een ‘eindterm’ is toch een middel om te toetsen of een kind het doel van het leren zwemmen heeft bereikt? Een eindterm is niet het doel ‘op zich’, het oefenen van deze vaardigheid kan met veel meer variatie en afwisseling. Het meest leren kinderen als je de vaardigheid toepast in verschillende situaties.

Toepassen

Je kunt kinderen leren dat drijven kan worden gebruikt om even uit te rusten. Combineer het daarom eens met het zwemmen: ‘als je moe wordt, ga je maar even drijven’ of ‘als je bij die pion bent, mag je even drijven’ of ‘als ik fluit (klap, zing), ga je drijven’. Probeer eens of je het 10 tellen kunt volhouden!

Drijven in een zwembad is iets anders dan drijven in de zee. Neem de kinderen eens mee naar het recreatiebad en laat ze daar drijven in de stroming of zet de golven een keer aan. ‘Kun je nu óók 10 tellen drijven?’

HELP-houding

In de BREZ (bepalingen, richtlijnen en examenprogramma’s zwemdiploma’s) staat o.a.: ‘de HELP-houding zorgt er voor dat de afkoeling in koud water aanzienlijk vermindert. Hierdoor verdubbelt de overlevingstijd. Het drijvende voorwerp maakt het uitvoeren van de houding gemakkelijker. ‘De HELP-houding hoeft helemaal niet met een bal te worden uitgevoerd. Gooi daarom tijdens de les gewoon eens heel veel verschillende materialen in het water. Denk aan flexibeams en plankjes, gebruik de regenjacks van de kinderen of plastic zakken. Laat de kinderen uitproberen met welk materiaal de HELP-houding het prettigst kan worden uitgevoerd. Hierdoor groeit de betrokkenheid. Er wordt volop geëxperimenteerd en toegepast. Vertel in een verhaal hoe je de HELP-houding kunt gebruiken als je in het water bent gevallen of kramp krijgt. Kinderen zullen veel beter begrijpen waarom ze de vaardigheid leren. En dat draagt bij aan meer veiligheid én plezier.


Een reactie plaatsen

Breinprincipes

Laatst, tijdens het surfen op internet een geweldig filmpje ontdekt. Het gaat over de zes principes van Breinleren. Het wordt gepresenteerd in de vorm van een lied, heel origineel. Ik gebruik de breinprincipes heel vaak in de trainingen die ik verzorg. Het filmpje inspireert me, ik neem me voor om de principes nog systematischer toe te passen.

Nog even op een rij gezet:

  1. Emotie: een mens leert en onthoudt beter als de uitdaging groot is en de stress niet te hoog. (het is belangrijk om uit te dagen en aan te sluiten bij het niveau, de interesse en vragen van een leerling)
  2. Zintuigelijk Rijk: een mens leert beter als informatie op verschillende manieren zintuigelijk (audio, video, voelen) wordt aangeboden, tegelijkertijd. Het beklijft dan beter. (het is handig om filmpjes, spelletjes (games) of rollenspelen te gebruiken)
  3. Creatie: Doen! Een mens leert beter als hij/zij ontdekt, ervaart, ordent etc. (laat een leerling zelf een toets, filmpjes, verhalen of ‘producten’ maken).
  4. Focus: een mens leert beter als het leren uitkomst en contextgericht is. Focus op het doel en de resultaten. (gebruik dit bij het ontwikkelen van leersituaties). 
  5. Herhalen en oefenen: het leren beklijft beter als nieuwe leerstof vaak wordt geoefend, vooral de eerste zes weken. Dit is niet stampen van leerstof of oefeningen steeds op dezelfde manier oefenen. (laat leerlingen hetzelfde probleem op verschillende manieren oplossen, verander daarbij de context regelmatig)
  6. Voortbouwen: het leren gaat beter als het wordt gekoppeld aan voorkennis of aan associaties. (check wat leerlingen al weten, start bijvoorbeeld met een een quiz of laat kinderen zelf uitvogelen wat ze allemaal kunnen doen met materiaal of iets dergelijk. Stimuleer het associeren). 

 

Brein, bewegen en leren

Mooie principes die ik ook toepas om het leren bewegen en zwemmen leuker en effectiever te maken. Wil je meer weten over hoe je dit kunt doen? Volg een workshop of training over dit onderwerp. Een voorstel voor  de inhoud van zo’n workshop vind je op mijn site. De titel is ‘Brein, bewegen en leren‘.

Creëer je eigen training

Ben je geïnteresseerd in het onderwerp? Heb je vragen? Wil je een workshop over ‘brein, bewegen en leren’ volgen? Laat het weten via een mail, zoek zelf een groep deelnemers bij elkaar en ‘Creëer je eigen training‘ of laat een bericht achter in de Facebookgroep.

 

Unknown


1 reactie

Zwemmen in zee

IMG_2785

Dit is mijn uitzicht, al de hele week. Ik heb me teruggetrokken om het online lesmateriaal voor Lifeguard te schrijven. Ik ben inmiddels in de schrijfflow beland en zit op schema. In oktober kan Lifeguard ook ‘online’.

Een aantal maanden geleden was ik hier ook. Met vakantie. Een eindje verderop werd de cursus ‘C in zee‘ gegeven en ik kon het niet nalaten om daar even te gaan kijken. Ik had er al eerder iets over gelezen. In dat bericht stond de quote “Zelfs een kind met een A, B en C-diploma is niet klaar om in zee te zwemmen. Met zo’n diploma leer je goed in het zwembad te zwemmen, maar het is niet te vergelijken met open water vaardigheden.” Ik had zo mijn twijfels. Ik denk namelijk dat je met een C-diploma wel in zee moet kunnen zwemmen. Maar ik liet me verrassen!

Toerusting

Wat ik zag was leuk. Er werd gebruik gemaakt van stuurkaarten die o.a. waren afgestemd op de vlaggen die op het strand worden opgehangen. De kinderen leren in het lesprogramma wat die vlaggen betekenen, waar ze op moeten letten in de zee en wat ze moeten doen in bepaalde situaties. Ik sprak op het strand met een moeder van een deelnemer en zij gaf aan dat haar kind daarom meedeed aan deze lessen. Zij hebben een strandhuisje, haar kind kon op deze manier essentiële kennis opdoen en vertrouwder worden in de zee.

De kinderen hadden een swimsuit aan en droegen een drijver (saferswimmer) op de rug. Dit is wat er wordt bedoeld met toerusting! Een mooie link naar het zwemmen in open water door volwassenen. Bij de zeezwemtochten in Walcheren is de drijver sinds dit jaar verplicht . Een mooie manier om de veiligheid beter te kunnen garanderen en lekker om even op uit te rusten als je kramp voelt opkomen of even iets wilt eten.

_DSC8443Zwemtocht Harlingen-8

Traditioneel

Ik vind het zwemmen in zee, Cinzee, een mooi initiatief. Het heeft ook al navolging gekregen in Den Haag en er zijn vast en zeker meer plaatsen in Nederland waar dit volgend jaar wordt aangeboden. Bij de les in zee waar ik was, zag ik ook de invloed van onze traditionele manier van zwemles geven. De zee is zo groot, maar alle kinderen moesten, zittend op het rescue board, om de beurt een stukje zwemmen. Het wachten duurde lang, kinderen werden koud en gingen ‘dus’ huilen. Dat ging pas weer een beetje over op het moment dat de ballen in de zee werden gegooid en er ruimte was voor meer beweging.

_DSC8446_DSC8431

Uitdaging

Er werd enkelvoudige rugslag geoefend en schoolslag. En ondanks de drijvers en het feit dat de meeste kinderen al in het bezit waren van een A- en B-diploma, was er toch (overdreven?) veel aandacht voor de veiligheid. Voor mijn gevoel staat het lesgeven op deze manier op spanning met het uiteindelijke doel. In zee gaat het al helemaal niet om de ‘kunstjes’, het gaat om het proces. Kinderen moeten leren om in te spelen op onverwachte situaties, ze moeten de weidsheid ervaren als een uitdaging! Al hun eerdere ervaringen toepassen in nieuwe, soms spannende omstandigheden. Het toetsen moet misschien wel blijven, maar naar mijn idee op een veel vrijblijvender manier.

Zee

Ik vind de zee geweldig. Tijdens onze vakantie hebben we iedere dag, zon of geen zon, een duik genomen. Deze week ben ik alleen. Mijn voornemen is om het in ieder geval één van de komende dagen nog een keer te wagen. Ik heb nog niemand anders gezien. Zal ik als eerste en enige? Of…?

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen (in water). Zodat bewegers ‘in beweging komen’ en met plezier blijven bewegen.