Creatief in beweging

voor inspiratie en actie


1 reactie

Op zoek naar ideeën

zee (1 van 1)-2

Ik ben bezig met de voorbereiding van de workshop die ik aanstaande woensdag geef tijdens de Zwembadbranchedag 2015. De titel is ‘Creatief in beweging’. Het is de ‘ondertitel’ van mijn bedrijf, een soort lijfspreuk. Maar wat moet je je daar nu bij voorstellen?

Blijven bewegen

‘Creatief in beweging’ heeft voor mij (n bedrijf) twee invalshoeken. Ik hou er van om op een creatieve manier naar bewegen te kijken. Ik kijk om me heen en probeer ideeën te verzamelen met als achterliggende vraag ‘hoe kunnen we er voor zorgen dat bewegers in beweging komen, met plezier bewegen en dit ook volhouden (blijven doen)’.  De ideeën verwerk ik in mijn visie op leren zwemmen, producten en workshops.

Veranderen is bewegen

Daarnaast gebruik ik ‘Creatief in beweging’ ook in letterlijke zin. Tijdens mijn trainingen gebruik ik creatieve werkvormen en, als het mogelijk is, creatieve technieken om mensen te laten nadenken over mogelijkheden om te vernieuwen, te veranderen en/of te verbeteren.

Wanneer ik verander- en verbeterprocessen begeleid, maak ik gebruik van het volgende stappenplan:

  1. Vaste patronen zoeken, hoe doe(n) je (jullie) het nu? (beginsituatie vastellen en nadenken over waarom je wilt veranderen of vernieuwen; de richting en/of het doel van de verandering of vernieuwing vaststellen)
  2. Hoe kan het anders? Op zoek naar ideeën en oplossingen voor je vraagstelling (trends opzoeken, onderzoek en literatuur bijhouden, experts raadplegen, kijken bij anderen, brainstormen = met creatieve technieken komen tot heel veel oplossingen en ideeën)
  3. Wat vind je er van? Op zoek naar weerstand, wat houdt je tegen? (de oplossingen bespreken, combineren, bijschaven e.d. om uiteindelijk een keuze te kunnen maken)
  4. Wat ga je anders doen? (kiezen)
  5. Hoe ga je het doen? (actieplan, wat ga ik doen om het doel te bereiken?)

 

Wanneer het gaat om het creëren van draagvlak voor een verandering, ligt het accent op stap 1, 2 en 3. Met elkaar kijken we dan bijvoorbeeld naar hoe er nu wordt lesgegeven. Ik kruip dan in de rol van de expert en presenteer allerlei voorbeelden van ‘hoe het ook kan’. Meestal zijn daar ook extremen bij, waardoor er een levendige, soms pittige discussie ontstaat. Dat is ook de bedoeling. Er is veel ruimte voor het uitwisselen van individuele meningen.

Brainstormen

Ik word ook gevraagd om met deelnemers/medewerkers te zoeken naar allerlei oplossingen voor een bepaalde vraag (die vooraf is geformuleerd). Op zo’n moment presenteer ik geen eigen ideeën, maar stimuleer ik deelnemers om met elkaar op ideeën te komen, ik begeleid dan een brainstorm.

Dat ga ik ook doen in de workshop tijdens de Zwembadbranchedag. Als deelnemer ga je (in een half uur) aan de slag met creatieve technieken en ervaar je hoe je tot oplossingen en ideeën kunt komen. In de aankondiging staat een aantal voorbeeldvragen voor de brainstorm genoemd. Om tijd te besparen, moet ik die vraag vooraf kiezen. Denk je met me mee?

Welke vraag?

Ik heb een voorselectie gemaakt van vragen die ik tijdens de workshop centraal kan stellen:

  1. hoe kunnen we kinderen met (meer) plezier leren zwemmen?
  2. hoe kunnen we kinderen sneller leren zwemmen?
  3. hoe kunnen we meer bezoekers naar het zwembad krijgen?

 

Welke vraag heeft jouw voorkeur? Laat het me weten via een reactie hieronder of op Facebook of mail jouw keuzenummer. Kom je niet naar de Zwembadbranche dag? Ook dan kun je stemmen. Ik beloof dat ik een samenvatting blog van de oplossingen die zijn bedacht!


Een reactie plaatsen

Zwemles in de toekomst

Kunstroute Goutum (1 van 8)

Het is vandaag ‘werelddag van de verbeelding’. Daarom ga ik (nog een keer*) dromen over zwemles van de toekomst? Heerlijk om daar over na te denken! Leren is leuk! Kinderen krijgen volop gelegenheid om zelf mee te beslissen over wat ze gaan doen. De start van de les is iedere keer een verrassing, kinderen zijn bloednieuwsgierig. Vooruitkomen in het water staat iedere les centraal. Hoe? Op allerlei manieren. Met een borstcrawl, schoolslag of door te zwemmen zoals Superman vliegt. Leren zwemmen is leuk, het plezier spat er af. Ouders zijn tevreden, ze weten waar ze het voor doen.

Een utopie? Doen we het eigenlijk al op deze manier? Wat moet er veranderen? Het begint volgens mij bij de manier waarop we naar leren zwemmen kijken. Nu lijkt het of leren zwemmen het aanleren van een zwemslag is. Het technisch perfecte plaatje is de leidraad. “De schoolslag is te moeilijk, borstcrawl is ‘veel natuurlijker’, supermanzwemmen past beter”. Mijn ideaal is leren zwemmen te zien als ‘je leren verplaatsen in het water’. In het begin doe je dat lopend. Als dat lukt, ontstaat er motivatie om het ook eens op een andere manier te proberen. Kinderen raken gewenaan water, leren evenwicht te bewaren en zich te verplaatsen op gevarieerde manieren.

Zwemmen is vooruit komen in water

Hoe je precies vooruitkomt is niet belangrijk, kinderen worden door feedback wel uitgedaagd de stuwvlakken zo effectief mogelijk in te zetten. Het gaat niet om het perfecte plaatje, het effect of resultaat staat centraal. Het ontwikkelen van watergevoel is het doel. Impliciet leren is het uitgangspunt. Dit betekent dat kinderen op een onbewuste manier leren dat vooruitkomen altijd lukt. Door feedback, verpakt in leuke opdrachten en met behulp van materialen ontdekken ze dat voortbewegen ook nog anders kan. Op een manier die ‘de mensen die er verstand van hebben ‘‘beter’ vinden.

Na het ‘vrijblijvende’ volgt het leren van een bepaalde zwemtechniek. Ik kies voor de zwemslagen uit het Zwem-ABC. Ik wil ze de enkelvoudige rugslag leren omdat ze met die vaardigheid met relatief weinig energie naar de kant kunnen zwemmen. Ik wil ze de borstcrawl leren omdat dat een slag is waarmee je voor de dag kan komen. En die schoolslag is heel handig als je jezelf wilt redden.

Meer impliciet leren

Als je deze zwemslagen perfect uitvoert verbruik je geen onnodige energie en heb je een optimaal rendement in de vorm van voortstuwing. Niet (direct) haalbaar bij jonge kinderen van 4 à 5 jaar. Ik kijk daarom liever naar de globale uitvoering van de zwemslag en hoop dat ze het al ontwikkelde watergevoel gaan inzetten om vooruit te komen. Door variatie en feedback wordt de techniek beter, kinderen remmen zichzelf minder af, voelen het ritme van de slag.

Expliciet leren wil ik zoveel mogelijk vermijden. Ik leg de slag niet tot in de puntjes uit. Een zwemslag doe ik voor, kinderen proberen het na te doen en ontdekken. Ik kijk naar de totale beweging, ik beperk de feedback op de uitvoering. ‘Kin op je borst’ vervang ik door ‘kijk naar de pion op de bodem’, ‘lang maken’ vervang ik door ‘tik de flexibeam aan’. Ik neem op de korrel toe dat het een tijdje duurt voordat ‘het kwartje valt’. Langer dan nu, in 2015, gaat het niet duren. Ik weet dat door veel gevarieerd oefenen de goede technische uitvoering uiteindelijk wordt bereikt.

Wat levert het op?

Anders kijken naar een zwemslag, wat levert het op? Leren wordt leuker. Belangrijke voorwaarden om de motivatie van kinderen te bevorderen zijn gemakkelijker in te vullen. Variatie in de uitvoering van het bewegen is een must, kinderen worden meer betrokken bij het leerproces (ik kan het zelf), een uitvoering lukt veel sneller (ik kan het), positieve feedback geven kost de lesgever geen enkele moeite. Iedere kind leert op zijn eigen manier en niveau. Iedereen is bezig met hetzelfde doel, afkijken is leuk en mag, er is verbondenheid (ik hoor er bij).

Lessen waarin alleen maar op dezelfde manier heen en weer wordt gezwommen, behoren tot de verleden tijd. Ze zijn niet effectief en dodelijk saai. Door variatie, zelf ontdekken, oefenen en herhalen, individuele feedback lukken dingen beter en wordt het leren spannender en afwisselender.

Kinderen met een (gezonde) bewegingsdrang komen in hun element. Kinderen die doorstromen uit het baby- en peuter zwemmen mogen blijven doen wat ze altijd al deden. Spelend leren, maar nu met een duidelijker plaatje als richtlijn.

Het kind met talent valt direct op. Het laat zien dat het van nature al watergevoel in zijn bezit heeft. Hoe? Dit kind komt het snelste vooruit, in alle fasen, op alle manieren. Een borstcrawl heeft het kind zo onder de knie. Een enkelvoudige rugslag en schoolslag ook! Door de individuele feedback groeit dit kind in z’n zelfvertrouwen, uitdaging en variatie zorgen ervoor dat steeds nieuwe varianten worden ontdekt. De intrinsieke motivatie groeit.

Ouders en de toekomst

Als je het mij vraagt, hebben ouders het wel moeilijk met de zwemles, in de toekomst. Het gezamenlijke doel blijft wel gelijk. Zorgen dat kinderen zichzelf kunnen redden, dat is waar we het voor doen. Maar het vertrouwde zwemlesbeeld is enigszins gehusseld. De schoolslag en borstcrawl zijn concrete dingen, iedereen weet waar je het over hebt en hoe ze er uit moeten zien. Vooruitkomen op je eigen manier? Schoolslag leren op allerlei gekke manieren? Impliciet leren? Slijpt die beweging niet fout in? Moet je ’m dan niet weer afleren? En hoe lang duurt dat dan wel niet?

Gelukkig is al veel onderzoek gedaan naar impliciet en expliciet leren, soorten feedback en ontwikkelen van intrinsieke motivatie. De resultaten bieden grote kansen voor de zwemles van de toekomst. Interessant om vorm te geven en de effecten te onderzoeken. Op naar de toekomst!

(*dit blog verscheen eerder als gastblog voor het Expertisecentrum Zwemonderwijs)

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.


Een reactie plaatsen

Breinprincipes

Laatst, tijdens het surfen op internet een geweldig filmpje ontdekt. Het gaat over de zes principes van Breinleren. Het wordt gepresenteerd in de vorm van een lied, heel origineel. Ik gebruik de breinprincipes heel vaak in de trainingen die ik verzorg. Het filmpje inspireert me, ik neem me voor om de principes nog systematischer toe te passen.

Nog even op een rij gezet:

  1. Emotie: een mens leert en onthoudt beter als de uitdaging groot is en de stress niet te hoog. (het is belangrijk om uit te dagen en aan te sluiten bij het niveau, de interesse en vragen van een leerling)
  2. Zintuigelijk Rijk: een mens leert beter als informatie op verschillende manieren zintuigelijk (audio, video, voelen) wordt aangeboden, tegelijkertijd. Het beklijft dan beter. (het is handig om filmpjes, spelletjes (games) of rollenspelen te gebruiken)
  3. Creatie: Doen! Een mens leert beter als hij/zij ontdekt, ervaart, ordent etc. (laat een leerling zelf een toets, filmpjes, verhalen of ‘producten’ maken).
  4. Focus: een mens leert beter als het leren uitkomst en contextgericht is. Focus op het doel en de resultaten. (gebruik dit bij het ontwikkelen van leersituaties). 
  5. Herhalen en oefenen: het leren beklijft beter als nieuwe leerstof vaak wordt geoefend, vooral de eerste zes weken. Dit is niet stampen van leerstof of oefeningen steeds op dezelfde manier oefenen. (laat leerlingen hetzelfde probleem op verschillende manieren oplossen, verander daarbij de context regelmatig)
  6. Voortbouwen: het leren gaat beter als het wordt gekoppeld aan voorkennis of aan associaties. (check wat leerlingen al weten, start bijvoorbeeld met een een quiz of laat kinderen zelf uitvogelen wat ze allemaal kunnen doen met materiaal of iets dergelijk. Stimuleer het associeren). 

 

Brein, bewegen en leren

Mooie principes die ik ook toepas om het leren bewegen en zwemmen leuker en effectiever te maken. Wil je meer weten over hoe je dit kunt doen? Volg een workshop of training over dit onderwerp. Een voorstel voor  de inhoud van zo’n workshop vind je op mijn site. De titel is ‘Brein, bewegen en leren‘.

Creëer je eigen training

Ben je geïnteresseerd in het onderwerp? Heb je vragen? Wil je een workshop over ‘brein, bewegen en leren’ volgen? Laat het weten via een mail, zoek zelf een groep deelnemers bij elkaar en ‘Creëer je eigen training‘ of laat een bericht achter in de Facebookgroep.

 

Unknown


1 reactie

Zwemmen in zee

IMG_2785

Dit is mijn uitzicht, al de hele week. Ik heb me teruggetrokken om het online lesmateriaal voor Lifeguard te schrijven. Ik ben inmiddels in de schrijfflow beland en zit op schema. In oktober kan Lifeguard ook ‘online’.

Een aantal maanden geleden was ik hier ook. Met vakantie. Een eindje verderop werd de cursus ‘C in zee‘ gegeven en ik kon het niet nalaten om daar even te gaan kijken. Ik had er al eerder iets over gelezen. In dat bericht stond de quote “Zelfs een kind met een A, B en C-diploma is niet klaar om in zee te zwemmen. Met zo’n diploma leer je goed in het zwembad te zwemmen, maar het is niet te vergelijken met open water vaardigheden.” Ik had zo mijn twijfels. Ik denk namelijk dat je met een C-diploma wel in zee moet kunnen zwemmen. Maar ik liet me verrassen!

Toerusting

Wat ik zag was leuk. Er werd gebruik gemaakt van stuurkaarten die o.a. waren afgestemd op de vlaggen die op het strand worden opgehangen. De kinderen leren in het lesprogramma wat die vlaggen betekenen, waar ze op moeten letten in de zee en wat ze moeten doen in bepaalde situaties. Ik sprak op het strand met een moeder van een deelnemer en zij gaf aan dat haar kind daarom meedeed aan deze lessen. Zij hebben een strandhuisje, haar kind kon op deze manier essentiële kennis opdoen en vertrouwder worden in de zee.

De kinderen hadden een swimsuit aan en droegen een drijver (saferswimmer) op de rug. Dit is wat er wordt bedoeld met toerusting! Een mooie link naar het zwemmen in open water door volwassenen. Bij de zeezwemtochten in Walcheren is de drijver sinds dit jaar verplicht . Een mooie manier om de veiligheid beter te kunnen garanderen en lekker om even op uit te rusten als je kramp voelt opkomen of even iets wilt eten.

_DSC8443Zwemtocht Harlingen-8

Traditioneel

Ik vind het zwemmen in zee, Cinzee, een mooi initiatief. Het heeft ook al navolging gekregen in Den Haag en er zijn vast en zeker meer plaatsen in Nederland waar dit volgend jaar wordt aangeboden. Bij de les in zee waar ik was, zag ik ook de invloed van onze traditionele manier van zwemles geven. De zee is zo groot, maar alle kinderen moesten, zittend op het rescue board, om de beurt een stukje zwemmen. Het wachten duurde lang, kinderen werden koud en gingen ‘dus’ huilen. Dat ging pas weer een beetje over op het moment dat de ballen in de zee werden gegooid en er ruimte was voor meer beweging.

_DSC8446_DSC8431

Uitdaging

Er werd enkelvoudige rugslag geoefend en schoolslag. En ondanks de drijvers en het feit dat de meeste kinderen al in het bezit waren van een A- en B-diploma, was er toch (overdreven?) veel aandacht voor de veiligheid. Voor mijn gevoel staat het lesgeven op deze manier op spanning met het uiteindelijke doel. In zee gaat het al helemaal niet om de ‘kunstjes’, het gaat om het proces. Kinderen moeten leren om in te spelen op onverwachte situaties, ze moeten de weidsheid ervaren als een uitdaging! Al hun eerdere ervaringen toepassen in nieuwe, soms spannende omstandigheden. Het toetsen moet misschien wel blijven, maar naar mijn idee op een veel vrijblijvender manier.

Zee

Ik vind de zee geweldig. Tijdens onze vakantie hebben we iedere dag, zon of geen zon, een duik genomen. Deze week ben ik alleen. Mijn voornemen is om het in ieder geval één van de komende dagen nog een keer te wagen. Ik heb nog niemand anders gezien. Zal ik als eerste en enige? Of…?

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen (in water). Zodat bewegers ‘in beweging komen’ en met plezier blijven bewegen.


Een reactie plaatsen

’t Is weer voorbij…..

Kermis 2008-055

Ergens midden juni liepen wij op een zaterdag door Amsterdam. In de Leidsestraat stond een lange rij mensen voor een winkel(tje) op een hoek. Dat maakt ons dan heel nieuwsgierig, dus even kijken wat daar zo de moeite waard was! Het bleek de nieuwe Magnum Pleasure Store. Waar je je eigen Magnum-ijsje kunt ontwerpen met tal van verrassende nieuwe toppings. Een geweldig voorbeeld van customizen. Ik schreef er al eerder over en het blijft bij mij tot de verbeelding spreken.

En als je dan eenmaal een onderwerp in het vizier hebt, zie je het overal. Customizen is van trend een vast gegeven geworden. Nagenoeg alles kun je naar je eigen hand zetten, het is bijna een uitgangspunt. En door die keuze mogelijkheden niet altijd gemakkelijk. In het Arsenal (Emirates) Stadium (Londen) werd pas op het allerlaatste moment besloten dat Alexis op het shirt moest komen (en niet de eigen naam). In de M&M store, per definitie al een heksenketel, stond de langste rij voor de ‘personalize’ balie.

Zomertrends

Deze zomer stond ook het turbozwemmen weer helemaal in de belangstelling. Ook een soort vorm van customizen, ik schreef er over in een blog voor de Recron. Andere ‘hot zwemitems’ die langskwamen waren de verdrinkingen en het schoolzwemmen, zwemmen in zee en ‘doggyzwemmen’. Een andere trend was het meedoen aan een challenge. Overal zag je het. Een website lanceer challenge, een intuitiechallenge, een emailmarketingchallenge, de Margriet Zomer Fit Challenge. Als we nu nog 200o meter zwemmen zouden hebben in het zwembad, zouden we dat de 2000 meter challenge gaan noemen. Oké, ik geef het toe, ik deed het zelf ook. En het is me ook goed bevallen. Want ik heb mijn Samen leren zwemmen challenge gehaald. Een persoonlijke uitdaging in zo’n vorm werkt voor mij, dat is inmiddels wel duidelijk.

Op naar de jaarwisseling

Ja, het is echt weer voorbij. Die mooie zomer van 2015. Zo dramatisch als in bovenstaand filmpje was het vandaag niet, maar in de zee springen is er even niet meer bij. Er zijn nog 100 dagen tot 1 januari. Wat een prachtig moment voor een nieuwe challenge. 

Over al die zomertrends kan ik van alles schrijven. Tijdens Zomergasten sprak Annejet van der Zijl over het zoeken naar verhalen: ‘ik moet iets uit te zoeken hebben’ en ‘ik zoek mijn eigen vragen uit door te schrijven’. Dat herken ik. Door over onderwerpen te schrijven, ontdek ik, zoek ik uit. Al schrijvend worden verbindingen, overeenkomsten en verschillen tussen mijn interesses helder. Een project begint met een idee. Je start, stapt in. En dan ga je zoeken, aan de slag en kom je ergens.

‘Supporterschallenge’

Ik heb nog even gebrainstormd over challengemogelijkheden, maar het werd al snel duidelijk. Ik word het meest blij van het idee dat ik de komende 100 dagen iedere dag een blog en/of een Facebookbericht ga schrijven. Soms kort, soms lang.

Wil jij ook meedoen aan een challenge? Doe dan mee aan de ‘Supporterschallenge’! Volg mij 100 dagen. Word volger van dit blog en/of like mijn pagina op Facebook. Dan steken we op 1 januari het vuurwerk aan!

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen (in water). Zodat bewegers ‘in beweging komen’ en met plezier blijven bewegen.


1 reactie

Samen leren zwemmen challenge

Het is alweer een tijdje geleden dat de resultaten van het eerste onderzoek onder zwemouders werden gepresenteerd. Zwemouders, wat een woord, maar iedereen weet direct over wie het gaat.

De onderzoeksresultaten waren behoorlijk positief, zwemouders zijn best tevreden. Wat bij mij vooral bleef hangen was het feit dat ‘zwemouders graag met hun kind willen oefenen. Alleen geeft de helft aan niet precies te weten hoe men dat het beste kan doen’. Terecht werd de conclusie getrokken dat ‘hier dus nog wel winst te behalen valt voor het betrekken van de zwemouders bij de zwemles’.

Ouders betrekken bij de zwemles

Samen leren zwemmen

Ouders betrekken bij de zwemles, ik schreef er al eerder over, ik ben er een groot voorstander van. Inmiddels worden de randvoorwaarden steeds beter. Veel zwembaden stellen speciale uren beschikbaar waarin kinderen (gratis) met hun ouders (die wel betalen) mogen oefenen. In sommige zwembaden mogen zelfs de zwembandjes af. Ouders worden gemotiveerd. Zelfs minister Schippers riep, weliswaar in een andere context, ouders op meer met hun kinderen te gaan zwemmen.

Samen leren zwemmen

Al lange tijd loop ik rond met het idee om ‘iets’ te schrijven voor ouders over de zwemles van hun kinderen. De eerste voorzichtige stappen heb ik gezet. Er is een website en een Facebookpagina in het leven geroepen. Ik heb witte pagina’s vol met opzetjes en ideeën geschreven, een concrete structuur kwam nog niet uit mijn vingers. Daarom ben ik ook nog niet echt begonnen met schrijven. Noem het een vicieuze cirkel. Ik droom, ik denk, maar vergeet te doen.

Doen!

Maar deze week wist ik het opeens: ik moet gewoon beginnen! Ik hoef niet alles tot in de puntjes voor te bereiden en te plannen. Want tijdens de projectroute zullen allerlei invloeden er voor zorgen dat ik het net ietsje anders wil of moet doen. Ik zat maandagmiddag, met boodschappen voor de hele week, kaarsje op tafel, in een heerlijk huisje aan het strand om teksten te schrijven voor de online zwembadopleiding. Vastbesloten om schrijfmeters te maken. Tot er dinsdagochtend vroeg op de deur werd geklopt. De huisjes moesten worden ontruimd, de storm was te hevig, het water zou te hoog komen, het was niet verantwoord om te blijven.

Uitdaging

Toen zat ik dus weer gewoon thuis. Een ervaring rijker. En ik weet dat ik gewoon ga beginnen. Na mijn positieve ervaringen met de 100 dagen ‘Waterchallenge’ van 2014 (ik heb het gehaald!), ga ik nu voor de 100 dagen ‘Samen leren zwemmen challenge’. Wat houdt het in? Ik publiceer 100 dagen lang elke dag een tip voor ouders met kinderen op zwemles op Facebook. Ik schrijf iedere week minimaal één blog met achtergronden over de tips.

Wil je me helpen?

De eerste 25 dagen kom ik wel door, maar daarna? Misschien wil je zwemouders tippen om eens een kijkje te nemen? Misschien heb je tips voor mij? Over onderwerpen en vragen waar ik aandacht aan kan besteden? Of feedback? Wil je de Facebookpagina ‘liken’? Ik hoor het graag!

 

Titeke Postma is bewegingswetenschapper, ze inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.


Een reactie plaatsen

Talent

Wij hebben een oppasbootje. We gaan deze zomer niet met vakantie. Dus dan is zo’n bootje geweldig. Begin juli is het naar ons toe gevaren door onze vrienden, vroege vakantiegangers. Natuurlijk moesten we het bootje direct uitproberen. Ik lag als een zeemeermin op de punt. T, onze jongste, ging aan de slag als stuurman. Tot zijn verbazing liet ik hem zijn gang gaan. Vooral vanwege eigen belang, want varen behoort niet tot mijn expertise. Maar dat wist T (nog) niet.

Talent

Na een beetje zigzaggen en hier en daar wat stress, ging het al heel snel fantastisch goed. T heeft vaartalent. Hij genoot er zichtbaar van, was niet uit de boot weg te slaan. De volgende dag mocht ik het proberen. T wilde wel bruin worden en nam plaats op de punt. Dat duurde niet lang. Ik bracht het er niet zo goed van af. We belandden direct in het riet, ik ontpopte me als een echte beginner. De instructies waren duidelijk. Ik herhaalde ze hardop: ‘als ik naar links wil, duw ik met mijn arm de motor naar rechts’. Dat ging goed zolang ik er niet over nadacht en gewoon stuurde. Zodra ik zwaaide naar dorpsgenoten langs de route, ging het helemaal mis. Ik kwam in de denkmodus, probeerde te herhalen hoe het moest en prompt draaiden we (bijna) pirouetjes. Automatisme was ver te zoeken.

Het zelfvertrouwen van T groeide met de minuut. Hij kan het beter dan z’n moeder! Dat zal ze weten ook. Van positief coachen heeft hij nog niet gehoord. ‘Pff, je kan er niks van’. ‘Ik zei toch net hoe het moest! Andere kant uit sturen! Denk er om!’ Als klap op de vuurpijl stelde hij voor ‘Ga jij maar weer op de punt zitten, dan vaar ik wel weer’. Ik pruttelde wat: ‘Ik heb het bijna nog nooit gedaan. Ik moet nog veel oefenen’. Hij keek me een beetje meewarig aan. En ik experimenteerde verder.

Iets nieuws leren

Iets nieuws leren, het valt niet altijd mee. Ik ondervind het nu zelf ook weer eens. Het motorisch leerproces kost tijd. Ik ben er van overtuigd dat de eerste fase van dat leerproces, ervaren en experimenteren, het allerbelangrijkst is. De leerling moet voldoende tijd krijgen om uit te proberen. De vaardigheid moet niet te moeilijk zijn, want als iets een keer mislukt, is de lol er snel af. Een positief leerklimaat is een must. Negatieve feedback leidt tot demotivatie en soms tot opgeven of stoppen.

Expliciet of impliciet

Je kunt motorische vaardigheden leren op een expliciete of impliciete manier. Traditioneel gebruiken we vooral de expliciete manier. Als iemand een beweging nog moet leren ga je hem (uitgebreid) vertellen hoe hij dat precies moet doen. Je geeft veel expliciete instructie in de vorm van technische aanwijzingen over hoe je de armen, benen, voeten of het hoofd moet bewegen. Er wordt een behoorlijk beroep gedaan op de cognitieve processen van de leerling. Op basis van de uitleg en informatie voert een leerling de beweging uit en achteraf wordt getoetst of de beweging goed is uitgevoerd.

Bij impliciet leren weet de leerling wat hij moet doen om de taak met succes uit te voeren. Hij ‘probeert uit’ en komt er al doende achter wat wel en niet ‘werkt’. Deze vorm van leren sluit perfect aan bij de eerste fase van het motorisch leerproces. Cognitie speelt een kleine rol, informatie over het bewegen wordt veelal onbewust verwerkt.

Aandacht

Aandacht speelt een belangrijke rol in leerprocessen. Traditioneel zijn we geneigd de leerling te stimuleren de aandacht te richten op de manier waarop hij zijn lichaam beweegt en de bewegingen uitvoert. Je zou kunnen zeggen dat we kinderen motiveren zichzelf te observeren. Dit wordt een ‘interne focus’ genoemd, de aandacht is gericht op het lichaam. Bij een externe focus is de aandacht buiten het lichaam gericht, op het effect of resultaat van de bewegingen (in de omgeving).

Uit onderzoek blijkt dat bij het uitvoeren en leren van bewegingen een externe focus effectiever is dan een interne focus. Basketballers die de instructie kregen om vooral op de ring van de basket en het resultaat van hun poging te letten verbeterden hun schotnauwkeurigheid meer dan degenen die de instructie ‘wikkel je pols af en zorg voor een juiste hoek’ kregen.

Darters die de instructie ‘kijk naar het centrum van het dartbord en scan van daaruit het hele bord en weer terug naar de roos’ kregen, gooiden nauwkeuriger dan de darters die de instructie ‘voel het gewicht van de dart; breng de dart bij je oor, voel het buigen van je elleboog en voel wanneer de dart uit je vingers gaat’.

In een van de vele voetbalfilmpjes van de laatste weken ontdekte ik het volgende filmpje. Ik vind dit een mooi voorbeeld van externe focus. Waar gaat de bal in? Hoe doet Remi het? Geen idee. De focus ligt op de bal, als die maar in de prullenbak, de put, oid terecht komt! Laten we dit zoveel mogelijk vertalen naar het leren zwemmen, geweldig.

foto bootje

Boot

Ik probeer het uit bij het varen, zoek een externe focus. Ik kijk naar de punt van de boot. Die moet in de goede richting en vooral niet recht op de brug afstevenen. Ik merk dat het werkt, ik ontspan.

Inmiddels heb ik al vaker geoefend. En kreeg ik gister zomaar een compliment van T. ‘Goh, je kunt het al beter’. Dat biedt perspectief en dat is maar goed ook. Want als onze oppasboot weer terug gaat naar z’n eigen bazen, hoeven wij niet te treuren. Inmiddels hebben we een eigen boot!

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.