Creatief in beweging

voor inspiratie en actie


2 reacties

Minder verdrinkingen, is schoolzwemmen de oplossing?

zee

Iedere zomer keert het terug. In 2014 en 2015 luidt Reddingsbrigades Nederland op identieke wijze de noodklok. Het aantal verdrinkingen in de zomer stijgt. Om ‘Poolse toestanden’ te voorkomen moet het schoolzwemmen weer worden ingevoerd en verplicht.

De reacties zijn ook jaarlijks nagenoeg gelijk. Leren zwemmen is een zaak van de ouders. Voor kinderen die geen zwemles (kunnen) krijgen, hebben gemeenten een apart ondersteuningsbeleid. Minister Schippers gaat wel steeds een stapje verder. Ze geeft dit jaar aan dat ze leren zwemmen heel belangrijk vindt en dat je vooral niet moet stoppen na A. En dat je, ook na het halen van het diploma, moet blijven zwemmen met je kinderen.

Dé oplossing?

Zal het steeds opnieuw herhalen van deze noodkreet uiteindelijk leiden tot het herinvoeren van het schoolzwemmen? Ik vraag het me af. Het lijkt me, zeker ook als  je het antwoord van de minister op kamervragen van de SP leest, niet realistisch. En, volgens mij is het ook niet dé oplossing voor het probleem.

Situatieschets

Wat is er aan de hand? Reddingsbrigades Nederland (RN) komt in de zomerperiode steeds vaker in actie om verdrinkingen te voorkomen. Er verdrinken ieder jaar meer mensen. Vorig jaar waren er negen verdrinkingen, dit jaar zijn het er elf. In vijf gevallen was er sprake van aantoonbaar gebrekkige zwemvaardigheid. Het ging om kinderen van allochtone afkomst. RN geeft als belangrijke oorzaak aan dat er sprake is van een afnemende zwemvaardigheid, ‘dat is een trend die we al jaren zien’. Want steeds minder kinderen halen een zwemdiploma, volgens de cijfers van het Nationaal Platform Zwembaden|NRZ . Daarom lijkt de terugkeer van schoolzwemmen de oplossing.

Gaat zwemvaardigheid achteruit?

Kloppen de feiten? Het is jammer om te constateren, maar de cijfers van het NPZ|NRZ zijn steeds minder betrouwbaar om het diplomabezit van kinderen te meten. Oorzaak is de toename van het aantal ‘andere’ zwemdiploma’s in de zwembadbranche. Ik persoonlijk denk dat nog steeds heel veel ouders zorgen dat hun kind leert zwemmen en dat daarin nauwelijks verandering is gekomen.

Voor allochtone kinderen ligt dit anders. We weten dat zij minder vaak in het bezit van een zwemdiploma zijn, met name in de leeftijd 6-15 jaar (rapport Zwemmen in Nederland). Gelukkig is er voor deze en andere kinderen die het nodig hebben nog wel een gemeentelijke (school)zwemvoorziening.

Ik denk dat het met de afnemende zwemvaardigheid als oorzaak van verdrinkingen wel meevalt. Ik denk zelfs dat er een mogelijkheid is dat ouders denken ‘mijn kind heeft een zwemdiploma, dus ik kan het wel even z’n gang laten gaan’. Die gedachte, gevoed door aanwezige zwemvaardigheid, kan de kans op ongelukken vergroten.

Oorzaak van verdrinking?

Wie verdrinken er? Dit zijn jonge kinderen, allochtone kinderen zonder zwemdiploma en volwassenen die zich laten verrassen door het water (stroming, snel dieper water e.a.). Wat hebben zij met elkaar gemeen? Het zou gebrek aan zwemvaardigheid kunnen zijn. Maar ik zie ook dat de genoemde groepen niet in staat zijn om de risico’s van het water in te schatten.

Jonge kinderen, met of zonder zwemdiploma, zijn te jong om te begrijpen dat water of de zee gevaarlijk kan zijn. Water is water. En, als ze op een prettige manier hebben leren zwemmen, is water leuk.

Allochtone kinderen die niet hebben leren zwemmen, zijn niet in staat te begrijpen wat water allemaal met je doet. Ze weten het gewoon niet. En springen bijvoorbeeld, net als hun vriendjes, lekker het zwembad in en merken dán dat ‘weer boven komen’ niet vanzelfsprekend is. De ervaring met water ontbreekt en daardoor ontbreekt ook de kennis over mogelijke gevaren.

Volwassenen die zich laten verrassen, hebben waarschijnlijk vooraf niet goed nagedacht over mogelijke gevaren. Wanneer ze verrast worden is de kans groot dat ze in paniek raken. En dan niet rustig blijven, maar juist ‘tegenwerken’, waardoor de kans op overleven kleiner wordt.

Oplossing?

Wanneer je het op deze manier bekijkt, lijkt met name voorlichting een belangrijke strategie om verdrinking te voorkomen . Voorlichting voor ouders met de nadruk op ‘zorg er voor dat je je kind niet uit het oog verliest’. Dit jaar werd dit al op verschillende manieren gedaan, met o.a. onderstaand filmpje (veiligheid.nl).

Voor volwassenen die gaan zwemmen in open water is er gelukkig (ook) het toezicht door de vrijwilligers van Reddingsbrigades Nederland. De vlaggen, borden en andere voorlichting kunnen hen informeren over gevaren en mogelijke acties in geval van nood.

De zwemweek

Op scholen kunnen kinderen in projectvorm kennis maken met de gevaren van het water en de manier waarop zij daar mee om kunnen gaan. Een ‘survival’project, in aansluiting op de stijl van ‘C in zee‘.  Misschien leuk om ieder jaar, naar het voorbeeld van de kinderboekenweek, een ‘zwemweek’ te organiseren? Het allermooist zou zijn dat alle kinderen ieder jaar hun vaardigheid onderhouden en dan natuurlijk in zo’n week (of op een andere momenten) het zwembad ingaan. Schoolzwemmen nieuwe stijl. Alles wat je hebt geleerd over (jezelf) redden in het water toepassen in verschillende (nagebootste) omstandigheden.

Wordt vervolgd

Wat kunnen we doen voor (allochtone) kinderen en/of volwassenen die niet kunnen zwemmen? Voor hen wordt meestal een vorm van schoolzwemmen aangeboden. Jammer genoeg is er niet altijd genoeg tijd (lees geld) beschikbaar om het A-diploma te halen. Wat ga je de kinderen dan vooral wel leren? Een interessante vraag, die steeds belangrijker zal worden nu steeds meer vluchtelingen naar ons land komen. Hoe kunnen we er voor zorgen dat zij kennis maken met zwemmen en niet verdrinken? Daarover in het volgende blog meer.

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen (in water). Zodat bewegers ‘in beweging komen’ en met plezier blijven bewegen.


Een reactie plaatsen

Eindtermgericht

In de online opleiding Lesgever Zwem-ABC wordt de vraag gesteld: ‘Wat vind jij van het C-diploma? Moet ieder kind dat halen? Zou je iets aan het examenprogramma willen veranderen? Waarom wel of niet?’

Belangrijke vragen vind ik dat, ik blijf steeds nieuwsgierig naar het antwoord. Een antwoord dat ik regelmatig lees, is in de trant van ‘ik vind het C-diploma een goede logische laatste stap in de doorstroming van ZwemABC. Ik zou er wel meer survivalaspecten in willen hebben en meer introductie naar de verschillende watersporten. Iets met een roeibootje of eens werpen met de bal zoals bij waterpolo bijvoorbeeld.’

Mijn feedback voelt inmiddels een beetje afgezaagd: ‘maar die dingen die kun je toch gewoon doen?’ Niets staat je als lesgever in de weg. En toch wordt het heel vaak niet gedaan. Waarom niet?

Truc

In het boekje ‘Als een vis in het water’ schreef ik een hoofdstuk met de titel ‘eindtermgericht’. ‘Eindtermgericht denken’ benadert een vaardigheid die kinderen voor het diploma moeten leren als een trucje. Kinderen moeten 10 tellen drijven? Dan drijven we 10 tellen met z’n allen. Kinderen moeten voor het C-diploma drijven met een hulpmiddel (HELP-houding)? Prima, hier is een bal en we gaan oefenen.

Lesgeven op deze manier is behoorlijk eenzijdig en ook best wel saai. En een ‘eindterm’ is toch een middel om te toetsen of een kind het doel van het leren zwemmen heeft bereikt? Een eindterm is niet het doel ‘op zich’, het oefenen van deze vaardigheid kan met veel meer variatie en afwisseling. Het meest leren kinderen als je de vaardigheid toepast in verschillende situaties.

Toepassen

Je kunt kinderen leren dat drijven kan worden gebruikt om even uit te rusten. Combineer het daarom eens met het zwemmen: ‘als je moe wordt, ga je maar even drijven’ of ‘als je bij die pion bent, mag je even drijven’ of ‘als ik fluit (klap, zing), ga je drijven’. Probeer eens of je het 10 tellen kunt volhouden!

Drijven in een zwembad is iets anders dan drijven in de zee. Neem de kinderen eens mee naar het recreatiebad en laat ze daar drijven in de stroming of zet de golven een keer aan. ‘Kun je nu óók 10 tellen drijven?’

HELP-houding

In de BREZ (bepalingen, richtlijnen en examenprogramma’s zwemdiploma’s) staat o.a.: ‘de HELP-houding zorgt er voor dat de afkoeling in koud water aanzienlijk vermindert. Hierdoor verdubbelt de overlevingstijd. Het drijvende voorwerp maakt het uitvoeren van de houding gemakkelijker. ‘De HELP-houding hoeft helemaal niet met een bal te worden uitgevoerd. Gooi daarom tijdens de les gewoon eens heel veel verschillende materialen in het water. Denk aan flexibeams en plankjes, gebruik de regenjacks van de kinderen of plastic zakken. Laat de kinderen uitproberen met welk materiaal de HELP-houding het prettigst kan worden uitgevoerd. Hierdoor groeit de betrokkenheid. Er wordt volop geëxperimenteerd en toegepast. Vertel in een verhaal hoe je de HELP-houding kunt gebruiken als je in het water bent gevallen of kramp krijgt. Kinderen zullen veel beter begrijpen waarom ze de vaardigheid leren. En dat draagt bij aan meer veiligheid én plezier.


Een reactie plaatsen

Breinprincipes

Laatst, tijdens het surfen op internet een geweldig filmpje ontdekt. Het gaat over de zes principes van Breinleren. Het wordt gepresenteerd in de vorm van een lied, heel origineel. Ik gebruik de breinprincipes heel vaak in de trainingen die ik verzorg. Het filmpje inspireert me, ik neem me voor om de principes nog systematischer toe te passen.

Nog even op een rij gezet:

  1. Emotie: een mens leert en onthoudt beter als de uitdaging groot is en de stress niet te hoog. (het is belangrijk om uit te dagen en aan te sluiten bij het niveau, de interesse en vragen van een leerling)
  2. Zintuigelijk Rijk: een mens leert beter als informatie op verschillende manieren zintuigelijk (audio, video, voelen) wordt aangeboden, tegelijkertijd. Het beklijft dan beter. (het is handig om filmpjes, spelletjes (games) of rollenspelen te gebruiken)
  3. Creatie: Doen! Een mens leert beter als hij/zij ontdekt, ervaart, ordent etc. (laat een leerling zelf een toets, filmpjes, verhalen of ‘producten’ maken).
  4. Focus: een mens leert beter als het leren uitkomst en contextgericht is. Focus op het doel en de resultaten. (gebruik dit bij het ontwikkelen van leersituaties). 
  5. Herhalen en oefenen: het leren beklijft beter als nieuwe leerstof vaak wordt geoefend, vooral de eerste zes weken. Dit is niet stampen van leerstof of oefeningen steeds op dezelfde manier oefenen. (laat leerlingen hetzelfde probleem op verschillende manieren oplossen, verander daarbij de context regelmatig)
  6. Voortbouwen: het leren gaat beter als het wordt gekoppeld aan voorkennis of aan associaties. (check wat leerlingen al weten, start bijvoorbeeld met een een quiz of laat kinderen zelf uitvogelen wat ze allemaal kunnen doen met materiaal of iets dergelijk. Stimuleer het associeren). 

 

Brein, bewegen en leren

Mooie principes die ik ook toepas om het leren bewegen en zwemmen leuker en effectiever te maken. Wil je meer weten over hoe je dit kunt doen? Volg een workshop of training over dit onderwerp. Een voorstel voor  de inhoud van zo’n workshop vind je op mijn site. De titel is ‘Brein, bewegen en leren‘.

Creëer je eigen training

Ben je geïnteresseerd in het onderwerp? Heb je vragen? Wil je een workshop over ‘brein, bewegen en leren’ volgen? Laat het weten via een mail, zoek zelf een groep deelnemers bij elkaar en ‘Creëer je eigen training‘ of laat een bericht achter in de Facebookgroep.

 

Unknown