Creatief in beweging

voor inspiratie en actie


2 reacties

Minder verdrinkingen, is schoolzwemmen de oplossing?

zee

Iedere zomer keert het terug. In 2014 en 2015 luidt Reddingsbrigades Nederland op identieke wijze de noodklok. Het aantal verdrinkingen in de zomer stijgt. Om ‘Poolse toestanden’ te voorkomen moet het schoolzwemmen weer worden ingevoerd en verplicht.

De reacties zijn ook jaarlijks nagenoeg gelijk. Leren zwemmen is een zaak van de ouders. Voor kinderen die geen zwemles (kunnen) krijgen, hebben gemeenten een apart ondersteuningsbeleid. Minister Schippers gaat wel steeds een stapje verder. Ze geeft dit jaar aan dat ze leren zwemmen heel belangrijk vindt en dat je vooral niet moet stoppen na A. En dat je, ook na het halen van het diploma, moet blijven zwemmen met je kinderen.

Dé oplossing?

Zal het steeds opnieuw herhalen van deze noodkreet uiteindelijk leiden tot het herinvoeren van het schoolzwemmen? Ik vraag het me af. Het lijkt me, zeker ook als  je het antwoord van de minister op kamervragen van de SP leest, niet realistisch. En, volgens mij is het ook niet dé oplossing voor het probleem.

Situatieschets

Wat is er aan de hand? Reddingsbrigades Nederland (RN) komt in de zomerperiode steeds vaker in actie om verdrinkingen te voorkomen. Er verdrinken ieder jaar meer mensen. Vorig jaar waren er negen verdrinkingen, dit jaar zijn het er elf. In vijf gevallen was er sprake van aantoonbaar gebrekkige zwemvaardigheid. Het ging om kinderen van allochtone afkomst. RN geeft als belangrijke oorzaak aan dat er sprake is van een afnemende zwemvaardigheid, ‘dat is een trend die we al jaren zien’. Want steeds minder kinderen halen een zwemdiploma, volgens de cijfers van het Nationaal Platform Zwembaden|NRZ . Daarom lijkt de terugkeer van schoolzwemmen de oplossing.

Gaat zwemvaardigheid achteruit?

Kloppen de feiten? Het is jammer om te constateren, maar de cijfers van het NPZ|NRZ zijn steeds minder betrouwbaar om het diplomabezit van kinderen te meten. Oorzaak is de toename van het aantal ‘andere’ zwemdiploma’s in de zwembadbranche. Ik persoonlijk denk dat nog steeds heel veel ouders zorgen dat hun kind leert zwemmen en dat daarin nauwelijks verandering is gekomen.

Voor allochtone kinderen ligt dit anders. We weten dat zij minder vaak in het bezit van een zwemdiploma zijn, met name in de leeftijd 6-15 jaar (rapport Zwemmen in Nederland). Gelukkig is er voor deze en andere kinderen die het nodig hebben nog wel een gemeentelijke (school)zwemvoorziening.

Ik denk dat het met de afnemende zwemvaardigheid als oorzaak van verdrinkingen wel meevalt. Ik denk zelfs dat er een mogelijkheid is dat ouders denken ‘mijn kind heeft een zwemdiploma, dus ik kan het wel even z’n gang laten gaan’. Die gedachte, gevoed door aanwezige zwemvaardigheid, kan de kans op ongelukken vergroten.

Oorzaak van verdrinking?

Wie verdrinken er? Dit zijn jonge kinderen, allochtone kinderen zonder zwemdiploma en volwassenen die zich laten verrassen door het water (stroming, snel dieper water e.a.). Wat hebben zij met elkaar gemeen? Het zou gebrek aan zwemvaardigheid kunnen zijn. Maar ik zie ook dat de genoemde groepen niet in staat zijn om de risico’s van het water in te schatten.

Jonge kinderen, met of zonder zwemdiploma, zijn te jong om te begrijpen dat water of de zee gevaarlijk kan zijn. Water is water. En, als ze op een prettige manier hebben leren zwemmen, is water leuk.

Allochtone kinderen die niet hebben leren zwemmen, zijn niet in staat te begrijpen wat water allemaal met je doet. Ze weten het gewoon niet. En springen bijvoorbeeld, net als hun vriendjes, lekker het zwembad in en merken dán dat ‘weer boven komen’ niet vanzelfsprekend is. De ervaring met water ontbreekt en daardoor ontbreekt ook de kennis over mogelijke gevaren.

Volwassenen die zich laten verrassen, hebben waarschijnlijk vooraf niet goed nagedacht over mogelijke gevaren. Wanneer ze verrast worden is de kans groot dat ze in paniek raken. En dan niet rustig blijven, maar juist ‘tegenwerken’, waardoor de kans op overleven kleiner wordt.

Oplossing?

Wanneer je het op deze manier bekijkt, lijkt met name voorlichting een belangrijke strategie om verdrinking te voorkomen . Voorlichting voor ouders met de nadruk op ‘zorg er voor dat je je kind niet uit het oog verliest’. Dit jaar werd dit al op verschillende manieren gedaan, met o.a. onderstaand filmpje (veiligheid.nl).

Voor volwassenen die gaan zwemmen in open water is er gelukkig (ook) het toezicht door de vrijwilligers van Reddingsbrigades Nederland. De vlaggen, borden en andere voorlichting kunnen hen informeren over gevaren en mogelijke acties in geval van nood.

De zwemweek

Op scholen kunnen kinderen in projectvorm kennis maken met de gevaren van het water en de manier waarop zij daar mee om kunnen gaan. Een ‘survival’project, in aansluiting op de stijl van ‘C in zee‘.  Misschien leuk om ieder jaar, naar het voorbeeld van de kinderboekenweek, een ‘zwemweek’ te organiseren? Het allermooist zou zijn dat alle kinderen ieder jaar hun vaardigheid onderhouden en dan natuurlijk in zo’n week (of op een andere momenten) het zwembad ingaan. Schoolzwemmen nieuwe stijl. Alles wat je hebt geleerd over (jezelf) redden in het water toepassen in verschillende (nagebootste) omstandigheden.

Wordt vervolgd

Wat kunnen we doen voor (allochtone) kinderen en/of volwassenen die niet kunnen zwemmen? Voor hen wordt meestal een vorm van schoolzwemmen aangeboden. Jammer genoeg is er niet altijd genoeg tijd (lees geld) beschikbaar om het A-diploma te halen. Wat ga je de kinderen dan vooral wel leren? Een interessante vraag, die steeds belangrijker zal worden nu steeds meer vluchtelingen naar ons land komen. Hoe kunnen we er voor zorgen dat zij kennis maken met zwemmen en niet verdrinken? Daarover in het volgende blog meer.

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen (in water). Zodat bewegers ‘in beweging komen’ en met plezier blijven bewegen.


Een reactie plaatsen

Eindtermgericht

In de online opleiding Lesgever Zwem-ABC wordt de vraag gesteld: ‘Wat vind jij van het C-diploma? Moet ieder kind dat halen? Zou je iets aan het examenprogramma willen veranderen? Waarom wel of niet?’

Belangrijke vragen vind ik dat, ik blijf steeds nieuwsgierig naar het antwoord. Een antwoord dat ik regelmatig lees, is in de trant van ‘ik vind het C-diploma een goede logische laatste stap in de doorstroming van ZwemABC. Ik zou er wel meer survivalaspecten in willen hebben en meer introductie naar de verschillende watersporten. Iets met een roeibootje of eens werpen met de bal zoals bij waterpolo bijvoorbeeld.’

Mijn feedback voelt inmiddels een beetje afgezaagd: ‘maar die dingen die kun je toch gewoon doen?’ Niets staat je als lesgever in de weg. En toch wordt het heel vaak niet gedaan. Waarom niet?

Truc

In het boekje ‘Als een vis in het water’ schreef ik een hoofdstuk met de titel ‘eindtermgericht’. ‘Eindtermgericht denken’ benadert een vaardigheid die kinderen voor het diploma moeten leren als een trucje. Kinderen moeten 10 tellen drijven? Dan drijven we 10 tellen met z’n allen. Kinderen moeten voor het C-diploma drijven met een hulpmiddel (HELP-houding)? Prima, hier is een bal en we gaan oefenen.

Lesgeven op deze manier is behoorlijk eenzijdig en ook best wel saai. En een ‘eindterm’ is toch een middel om te toetsen of een kind het doel van het leren zwemmen heeft bereikt? Een eindterm is niet het doel ‘op zich’, het oefenen van deze vaardigheid kan met veel meer variatie en afwisseling. Het meest leren kinderen als je de vaardigheid toepast in verschillende situaties.

Toepassen

Je kunt kinderen leren dat drijven kan worden gebruikt om even uit te rusten. Combineer het daarom eens met het zwemmen: ‘als je moe wordt, ga je maar even drijven’ of ‘als je bij die pion bent, mag je even drijven’ of ‘als ik fluit (klap, zing), ga je drijven’. Probeer eens of je het 10 tellen kunt volhouden!

Drijven in een zwembad is iets anders dan drijven in de zee. Neem de kinderen eens mee naar het recreatiebad en laat ze daar drijven in de stroming of zet de golven een keer aan. ‘Kun je nu óók 10 tellen drijven?’

HELP-houding

In de BREZ (bepalingen, richtlijnen en examenprogramma’s zwemdiploma’s) staat o.a.: ‘de HELP-houding zorgt er voor dat de afkoeling in koud water aanzienlijk vermindert. Hierdoor verdubbelt de overlevingstijd. Het drijvende voorwerp maakt het uitvoeren van de houding gemakkelijker. ‘De HELP-houding hoeft helemaal niet met een bal te worden uitgevoerd. Gooi daarom tijdens de les gewoon eens heel veel verschillende materialen in het water. Denk aan flexibeams en plankjes, gebruik de regenjacks van de kinderen of plastic zakken. Laat de kinderen uitproberen met welk materiaal de HELP-houding het prettigst kan worden uitgevoerd. Hierdoor groeit de betrokkenheid. Er wordt volop geëxperimenteerd en toegepast. Vertel in een verhaal hoe je de HELP-houding kunt gebruiken als je in het water bent gevallen of kramp krijgt. Kinderen zullen veel beter begrijpen waarom ze de vaardigheid leren. En dat draagt bij aan meer veiligheid én plezier.


Een reactie plaatsen

Breinprincipes

Laatst, tijdens het surfen op internet een geweldig filmpje ontdekt. Het gaat over de zes principes van Breinleren. Het wordt gepresenteerd in de vorm van een lied, heel origineel. Ik gebruik de breinprincipes heel vaak in de trainingen die ik verzorg. Het filmpje inspireert me, ik neem me voor om de principes nog systematischer toe te passen.

Nog even op een rij gezet:

  1. Emotie: een mens leert en onthoudt beter als de uitdaging groot is en de stress niet te hoog. (het is belangrijk om uit te dagen en aan te sluiten bij het niveau, de interesse en vragen van een leerling)
  2. Zintuigelijk Rijk: een mens leert beter als informatie op verschillende manieren zintuigelijk (audio, video, voelen) wordt aangeboden, tegelijkertijd. Het beklijft dan beter. (het is handig om filmpjes, spelletjes (games) of rollenspelen te gebruiken)
  3. Creatie: Doen! Een mens leert beter als hij/zij ontdekt, ervaart, ordent etc. (laat een leerling zelf een toets, filmpjes, verhalen of ‘producten’ maken).
  4. Focus: een mens leert beter als het leren uitkomst en contextgericht is. Focus op het doel en de resultaten. (gebruik dit bij het ontwikkelen van leersituaties). 
  5. Herhalen en oefenen: het leren beklijft beter als nieuwe leerstof vaak wordt geoefend, vooral de eerste zes weken. Dit is niet stampen van leerstof of oefeningen steeds op dezelfde manier oefenen. (laat leerlingen hetzelfde probleem op verschillende manieren oplossen, verander daarbij de context regelmatig)
  6. Voortbouwen: het leren gaat beter als het wordt gekoppeld aan voorkennis of aan associaties. (check wat leerlingen al weten, start bijvoorbeeld met een een quiz of laat kinderen zelf uitvogelen wat ze allemaal kunnen doen met materiaal of iets dergelijk. Stimuleer het associeren). 

 

Brein, bewegen en leren

Mooie principes die ik ook toepas om het leren bewegen en zwemmen leuker en effectiever te maken. Wil je meer weten over hoe je dit kunt doen? Volg een workshop of training over dit onderwerp. Een voorstel voor  de inhoud van zo’n workshop vind je op mijn site. De titel is ‘Brein, bewegen en leren‘.

Creëer je eigen training

Ben je geïnteresseerd in het onderwerp? Heb je vragen? Wil je een workshop over ‘brein, bewegen en leren’ volgen? Laat het weten via een mail, zoek zelf een groep deelnemers bij elkaar en ‘Creëer je eigen training‘ of laat een bericht achter in de Facebookgroep.

 

Unknown


4 reacties

De bomen en het bos

Taipe 101 Tower

In mei 2007 was het nog het hoogste gebouw ter wereld. 508 meter en ik stond er ‘bovenop’. Samen met mijn toenmalige collega Mariska Hol. De Taipei 101 toren.

We waren in Taiwan als ‘Zwem-ABC ambassadeurs’. Een jaar eerder was een delegatie uit Taiwan in Nederland op bezoek. Ze waren gecharmeerd van het Zwem-ABC en dan met name van de manier waarop we het in Nederland hebben geregeld. Nagenoeg iedereen die zwemles geeft, leidt bij ons op voor dezelfde zwemdiploma’s. Die eenduidigheid sprak hen aan. Ze zagen het als dé oplossing voor het enorme aantal verdrinkingen in hun eigen waterrijke land. Zwemles in Taiwan is in ieder zwembad anders. Transparantie en duidelijkheid is er niet. Iedereen streeft eigen doelen na. Het is enorm sterk als je zoiets belangrijks als zwemveiligheid en eenduidige zwemdiploma’s als branche gezamenlijk kunt regelen. Dát is wat de initiatiefnemers in Taiwan voor ogen hadden.

Het is hen uiteindelijk niet gelukt. In Taiwan, het land waar bij uitstek wordt geïmiteerd, kregen ze de neuzen niet dezelfde kant op. De meeste baden die wij bezochten hadden in 2007 al hun eigen diploma gemaakt. Alleen de minister had nog invloed kunnen uitoefenen, maar die lobby heeft uiteindelijk niet gewerkt.

Eenduidigheid

Ik ben benieuwd hoe onze gastheren van toen tegen de huidige ontwikkelingen in Nederland aankijken. Want het lijkt er op dat de zwembadbranche het krachtige wapen, de eenduidigheid, gaat verlaten. Vanaf 1973 was eenduidigheid een gezamenlijk streven in de branche. Dat is goed gelukt. Tot 2014 leidde zwemles in meer dan 95% van de gevallen tot hetzelfde diploma. Dat geeft duidelijk over de zwemveiligheid van kinderen.

Begin jaren negentig stond de eenduidigheid onder spanning. Tot die tijd kon je het A-diploma halen met droge haren. Maar veel zwembaden hadden een andere visie op leren zwemmen en kozen voor meer watergewenning en ‘overleving’ in de zwemles. Gevolg was dat er in Nederland grote verschillen ontstonden in tijdsduur en kwaliteit van de zwemlessen. Voor een A-diploma in Maastricht kon je totaal iets anders hebben geleerd dan voor hetzelfde diploma in Sint Annaparochie.

Na onderzoek en uitgebreide interactie met de branche werd door de Nationale Raad Zwemdiploma’s (inmiddels Nationaal Platform Zwembaden|NRZ) het Zwem-ABC ontwikkeld. Door de invoering van de nieuwe eindtermen van het Zwem-ABC (1998) werd bereikt dat iedereen in de opleiding aandacht moest besteden aan onderdelen als onder water gaan en oriënteren, drijven, rugcrawl en borstcrawl. De kwaliteitscontrole was in handen van de NRZ, er ontstond (opnieuw) duidelijkheid over zwemonderwijs. Het Zwem-ABC werd een kwalitatief en eenduidig product, met een eigen gezicht. Iedereen kent het begrip en weet waar het over gaat.

zwemabc

Scheurtjes

In 2013 ontstonden de eerste scheurtjes in de gezamenlijkheid. De KNZB introduceerde een nieuwe zwemlesmethode. Een goede ontwikkeling, maar de bond kondigde direct ook aan dat er (daarom) een nieuw zwemdiploma zou komen. Verschillende argumenten brachten de KNZB tot deze eenzijdige actie, waarover al eerder werd geschreven. Net als in de jaren negentig was er sprake van spanning in de branche. Het zwemonderwijs was aan vernieuwing toe, alleen de gezamenlijkheid van toen bleef nu achterwege. Nota bene de KNZB, als bestuurslid van het Nationaal Platform Zwembaden|NRZ  bij uitstek in de positie om een gezamenlijke discussie aan te zwengelen, nam een eigen initiatief. De branche roerde zich, maar wachtte ook af. Wat zou er gebeuren met het Zwem-ABC?.

SuperSpetters

In 2014 werd het langverwachte nieuwe zwemdiploma van de KNZB gepresenteerd, SuperSpetters. De eindtermen van het KNZB zwemdiploma zijn ongeveer gelijk aan de eindtermen van het C diploma van het Zwem-ABC. Het aantal klokuren dat nodig is om die diploma’s te halen is ook nagenoeg gelijk. Ouders kunnen bij SuperSpetters niet kiezen om eerder uit te stappen. Het SuperSpettersdiploma kan alleen worden uitgegeven door organisaties die volgens de gehele SuperSpetters methode werken.

Methode en diploma zijn dus aan elkaar gekoppeld, een groot verschil met het Zwem-ABC. De manier waarop je kinderen opleidt om de eindtermen van het Zwem-ABC te halen is helemaal vrij. Hierin ligt de kans voor zwemlesaanbieders om zich te onderscheiden. Qua plezier, werken met materialen, de lesduur, de lesfrequentie, de beginslag, merchandise enzovoorts. Bij het Zwem-ABC haal je eerst het A-diploma en daarna kan je zelf kiezen of je verder gaat voor B en/of C-diploma van het Zwem-ABC.

Zwemkracht 14

In 2014 ontstond ook een tegenbeweging in de branche, Zwemkracht 14. Eén van de initiatiefnemers, Jan Rijpstra, schreef hierover op het Open Podium van Sportknowhowxl.nl. Zwemkracht 14 is een reactie op de versnippering in de branche en roept de bestuurlijke partijen van het Nationaal Platform Zwembaden|NRZ op tot samenwerken. De ‘beweging’ wil het Nationale Zwemdiploma in stand houden, stelt voor dat het diploma Rome is en wil de verschillende wegen naar Rome toe als ‘methode’ vrij laten. Organisaties (zwemverenigingen, zwembaden en zwemscholen) mogen het zwemdiploma onder licentie aanbieden. In hun pamflet benadrukken de initiatiefnemers dat een sterk imago van de branche in het belang is van alle betrokkenen.

Licentie Zwem-ABC

Het NPZ | NRZ zit intussen in 2014 niet stil. Er wordt hard getrokken aan de introductie van een Licentie Zwem-ABC. Naast de landelijke criteria voor het diplomazwemmen, beschreven in de Bepalingen, Richtlijnen en Examenprogramma’s Zwemdiploma’s (BREZ), worden nu ook kwaliteitscriteria gesteld aan de zwemlesaanbieder. Het gaat om voldoen aan wet- en regelgeving, screening van de zwemlesgevende en het bezit van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), werken volgens de Gedragscode Zwembranche, voldoende opgeleide lesgevers, nadenken over de manier van lesgeven, ouders zicht geven op de vorderingen van de kinderen tijdens de zwemles, het bijhouden van een ongevallenregistratie en een klachtenprocedure. Je mag alleen het Zwem-ABC aanbieden als je aan de beschreven criteria voldoet.

Optisport haakt af

Eind 2014 volgt de meest recente ontwikkeling op het gebied van de zwemdiploma’s. Ook Optisport gaat zelf zwemdiploma’s uitgeven . Als belangrijkste reden voor deze stap wordt aangedragen dat zwemles leuker moet worden. De themafiguren Zed de haai en Sop de zeester die al langere tijd werden gebruikt krijgen een prominentere rol. Kinderen gaan met hen op avontuur en er komen nieuwe medailles en merchandise. Volgens Optisport kan dit concept niet zonder een nieuw zwemdiploma. Het NPZ | NRZ handhaaft de afspraken over eenduidigheid. Reden dat men de erkenning van de zwembaden van Optisport heeft ingetrokken. Erwin van Iersel, directeur van Optisport, geeft aan dat er wel steeds goed overleg is geweest. Hij ziet dit daarom ook vooral als een tijdelijke situatie.

2015, een interessant jaar

In 2015 heroriënteert het NPZ|NRZ zich op haar organisatie en doelstellingen. Doel is te komen tot een vernieuwde organisatie die de potentie heeft om de zwembadbranche te versterken. Bij deze ontwikkeling staat de gezamenlijkheid voorop. Er worden veel gesprekken gevoerd, presentaties gegeven tijdens bijeenkomsten, in nauwe samenwerking met alle betrokken partijen, ook Zwemkracht 14.

In 2015 staat ook de doorontwikkeling van de BREZ 2.0.op stapel. Deskundigen op het gebied van zwemonderwijs uit alle geledingen van de zwembranche worden betrokken bij de herziening van de BREZ, zodat BREZ 3.0 verzekerd is van een breed draagvlak. Dat is goed nieuws. Welke kant zal het op gaan?

In zijn column in de nieuwste uitgave van het blad ZwembadBranche (#47) zegt Jan Kossen, directeur van de KNZB, hier iets interessants over. Hij refereert aan de discussie over zwemles en diploma’s en geeft aan dat ouders door de bomen het bos niet meer zien. Jan Kossen benadrukt het belang van een goed licentiesysteem. Én hij geeft aan dat binnen het NPZ | NRZ wordt gewerkt aan de BREZ 3.0. Er wordt gezamenlijk nagedacht om de eindtermen voor ‘zwemveilig’ te definiëren. In de ogen van de KNZB is binnen de BREZ 3.0. plaats voor verschillende methoden en meerdere diploma’s. Die moeten dan door het platform worden getoetst aan deze eindtermen. Wat bekent dit in de praktijk?

Verschillende methoden?

Het bieden van plaats voor verschillende methoden lijkt mij niet ingewikkeld. De huidige BREZ 2.0 zegt niks over de zwemlesmethode die moet worden gevolgd. Ook de Licentie Zwem-ABC laat deze methode vrij, dus op dat punt verandert er niks. Iedere zwemlesaanbieder mag zijn eigen methode kiezen. Het lijkt er wel op dat ‘iedereen’ vindt dat zwemles aan vernieuwing toe is. Als die wens in de praktijk wordt gebracht, mag je verwachten dat verdere ontwikkeling en verbetering van zwemlesmethodes de komende tijd een speerpunt zal worden voor zwemlesaanbieders.

Discussiëren over zwemveilig?

Een discussie over ‘wat is zwemveilig’ is interessant om weer eens goed te voeren. Misschien komt er iets anders uit als in 1994, toen er onderzoek is gedaan naar Zwemveiligheid, dat uiteindelijk heeft geleid tot het Zwem-ABC. Ik verwacht persoonlijk dat de discussie niet heel hoog zal oplopen. Wanneer je kijkt naar de eindtermen van de verschillende diploma’s in de markt anno 2015, dan zie je daarin nauwelijks verschil. SuperSpetters is nagenoeg gelijk aan het C-diploma van het Zwem-ABC. Optisport heeft de eindtermen van zijn eigen diploma’s exact overgenomen van het Zwem-ABC. Ook de eindtermen van diploma’s van de ENVOZ en ZON zijn, m.u.v. de waterdiepte waarin moet worden afgezwommen, nagenoeg gelijk aan het Zwem-ABC.

Meerdere zwemdiploma’s?

Een plaats voor meerdere zwemdiploma’s binnen de BREZ 3.0. betekent dat er (veel?) meer verschillende zwemdiploma’s in Nederland zullen worden aangeboden. Welke eindtermen daar op staan? Allemaal een beetje anders? Hoe dan ook, het eigen gezicht van het Nationale Zwemdiploma verdwijnt. Ouders herkennen het zwemdiploma niet meer.

Is dat wat we willen? Is hier een breed draagvlak voor in de zwembadbranche? Gaan ouders dan door de bomen het bos weer zien? Bevordert dit een sterk imago van de branche? Waarom zou je dit willen? Leiden verschillende diploma’s niet juist tot een verschraling van kwaliteit op termijn? Wat kan het ‘platform’ doen als een diploma-aanbieder zich niet houdt aan de BREZ 3.0? Nu kan het NPZ | NRZ nog besluiten om de licentie in te trekken én geen diploma’s meer te leveren. In de geschetste, nieuwe, situatie kan dit niet (meer). Is een ‘eigen’ zwemdiploma echt zo belangrijk? Is het niet mogelijk om de voorkant van het diploma eenduidig te maken en de achterkant flexibel ? De afgelopen jaren stonden Zed en Sop, Jip en Krokobil toch ook al op de zwemdiploma’s?

Tot slot

Taiwan Zwembad

De keus voor meerdere zwemdiploma’s binnen de BREZ 3.0 betekent volgens mij het definitieve afscheid van de eenduidigheid. De gastheren in Taiwan vallen om van verbazing wanneer ze horen dat we dit, in hun ogen zo sterke punt, zomaar uit onze handen laten glippen. Zij willen de Nederlandse situatie, wij zijn op weg om Taiwan na te bootsen. 

Ik hoop dat de voordelen van eenduidigheid bij de doorontwikkeling van de BREZ 2.0. nog eens goed onder de loep worden genomen. Wat zijn de consequenties als we een eenduidig diploma laten gaan? Het is duidelijk dat er spanning in de branche is. Het is de hoogste tijd om naar een oplossing met een breed draagvlak te zoeken. Is dit een oplossing waarbij het belang van de branche boven het belang van de individuele organisaties gaat? Gaat dit nog lukken? Of is het al te laat? Het wordt een bijzonder jaar.

 

Titeke Postma is bewegingswetenschapper, ze inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.


Een reactie plaatsen

Aanloop

Het is vandaag heerlijk weer, de zomer is in volle gang. 2014 is al weer voor 53,97% voorbij. Een bijzondere tijd. Een tijd waarin duidelijk werd dat D. een ernstige ziekte heeft en de meeste automatismen in ons leven niet zo vanzelfsprekend bleken te zijn. Vergelijk het maar met de Brazilianen in de WK-wedstrijd tegen Duitsland. Voordat ze er erg in hadden stonden ze 2-0 achter en alle patronen waren verdwenen. Niets ging meer zoals gewenst, ze waren de kluts kwijt. Ik denk dat veel spelers niet meer kunnen terughalen hoe ze het eind van de wedstrijd hebben gehaald.

Voor ons is het niet mogelijk om de trainer te ontslaan. Als je ziek bent zit er niks anders op dan te zorgen dat je weer beter wordt. Je gaat mee met de stroom. Ondergaat kuren, ziekenhuisopnamen, probeert om te gaan met onzekerheid over de toekomst. Om te ontdekken dat het steeds beter, soms zelfs weer als vanzelf gaat. En dan opeens weer helemaal anders loopt.

De eerste 53,97% van 2014 zijn voorbij. Ik heb de dingen gedaan die ik kon doen. En geleerd dat sommige dingen helemaal niet lukken in zo’n hectische tijd. Een blog schrijven? Ja, in mijn hoofd. Maar ik kreeg de letters niet op papier. Terwijl er genoeg gebeurde.

  • Op 26,30% van het jaar beleefde ik mijn radiodebuut. Over de zwemdiploma’s in Nederland. Leuke ervaring. Het leverde wel wat beweging op, maar het blijft voorlopig nog even stil. Gaat de politiek zich bemoeien met een landelijk zwemdiploma? Ik ben benieuwd.
  • De KNZB introduceerde op 30,68% van 2014, zoals verwacht, een nieuwe zwemlesmethode. Inclusief een nieuw zwemdiploma. Is dat diploma echt nodig? Ik vraag het me nog steeds af. Hoop dat aansluiten bij het Zwem-ABC nog steeds tot de opties behoort.
  • De Common Linnets werden op  35,62% van 2014 tweede bij het songfestival. De titel geeft troost, het wordt altijd ook weer Calm After The Storm .
  • Via facebook en andere kanalen komen interessante artikelen voor ouders over zwemmen voorbij. Een interessante opsomming over fouten die (zelfs de voorzichtigste) ouders maken in de buurt van water.
  • Achmea stopt met de Achmea Health Centers. 12 Vestigingen sluiten, de andere worden overgenomen. Te weinig mensen vinden/vonden het sporten in deze centra leuk genoeg. Waar ligt dat aan?
  • Er zijn weer 7 mensen door Propulz.tP opgeleid als leidinggevende in het zwembad. Op 24 september doen ze examen en presenteren ze hun projecten.
  • Door Zwembadbranche.nl is een mooi onderzoek gedaan onder zwemouders, de resultaten inspireren om in actie te komen.
  • Aanstaande zondag vindt een geweldige zwemtocht tussen Breskens en Vlissingen plaats. Het ultieme trainingsdoel van mijn zus en mij. We mogen niet meedoen en balen daar nog steeds enorm van.

Vlinder-9685

De tweede helft van 2014 is inmiddels begonnen. Ik beschouw de eerste helft als de (lange) aanloop die ik nodig had om weer zin te krijgen. Zin om te schrijven. De start is gemaakt, ik ben weer in beweging. En dat motiveert.

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.


1 reactie

Ik

Tijdens mijn opleiding Creatief Denken hoorde ik een verhaal dat ik niet meer vergeet. Er was een organisatie met een faxprobleem. Een fax kwam in meer dan de helft van de gevallen niet op de plaats van bestemming aan en bleef ergens in het kantoor ‘hangen’. Hoe los je zoiets op?

Kruip in de huid van

Door de creatieve techniek ‘kruip in de huid van’ te gebruiken! ‘Ik ben een fax. Ik wil naar degene die me nodig heeft, maar hier lig ik dan. Ik zou wel willen schreeuwen, ze zien me niet!’ De uiteindelijke oplossing was briljant. Er kwam gekleurd papier in het faxapparaat. De fax viel op, kreeg aandacht en slingerde niet meer rond. Zo’n soort ‘kruip in de huid van’ techniek wordt ook gebruikt in de reclame. Vanuit de radiospeakers spreekt mij regelmatig een autoverzekering toe (‘ik ben uw autoverzekering’). En al tijden scoort Nikon hoog met z’n prachtige commercial (I am Nikon).

In de huid van ‘iets’ of ‘iemand’ kruipen, om te begrijpen wat het voorwerp of die persoon voor je kan betekenen en hoe zij het beste een bijdrage kan leveren om de doelen (van jou, de radioluisteraar, de potentiële koper, de directeur met een faxprobleem) te bereiken. Een techniek die je helpt je focus en doelen vast te stellen. Vandaag de dag lijken middelen belangrijker dan het doel, volgens Bas Heijne in zijn column Hoer, dit weekend in het NRC.

Egocultuur

Heijne reageert op de lezing die Femke Halsema deze week hield. Volgens hem klinkt de kritiek van haar (hulporganisaties zijn meer met elkaar bezig dan met slachtoffers en tonen fotogeniek leed om donateurs te werven) tegenwoordig overal; op organisaties, bestuursorganen, partijen, instituten. Er heerst een egocultuur, met kenmerken als ‘in zichzelf gekeerd’, ‘alleen met zichzelf bezig, niet met de zaak waar ze voor staan’, ‘nodeloos competitief’ . De tijden van schaarste zorgen voor dilemma’s. Om je hoofd boven water te houden, ga je ‘gekke’ dingen doen (lees Heijne voor de voorbeelden).

Nationaal zwemdiploma aan zijden draad

De visie die Bas Heijne verwoordt, past volgens mij ook bij de ontwikkelingen die je ziet in de zwembadbranche. Het voortbestaan van zwembaden is niet meer vanzelfsprekend. De sport en sportbonden hebben het moeilijk, bestuurlijke belangen lopen steeds meer uiteen. Er zijn diverse dilemma’s met betrekking tot de zwemdiploma’s die de gezamenlijkheid in de branche onder druk zetten.

Kunnen we niet afzwemmen in ons eigen (volgens de gezamenlijke afspraken te ondiepe) zwembad? Dan passen we die norm aan en geven een eigen diploma uit. Balen we dat er niet genoeg kinderen doorstromen naar de zwemvereniging? Dan zeggen we dat de inhoud van het diploma niet deugt en passen we dat aan. Klagen ouders dat het leren zwemmen zo lang duurt en zoveel kost? Kunnen we het diploma dan niet aanpassen, kom we verzinnen een list. De klant is koning en wij moeten het hoofd wél boven water houden.

Tijd voor een doorstart

Kunnen we de ambities en overtuigingen van weleer nog oppoetsen? Bas Heijne stelt zich voor dat iedereen een zelfgekozen tattoo draagt, om zichzelf er dagelijks aan te herinneren waarom je ook alweer doet wat je doet. Mooi idee. Maar waarom doen wij ook alweer wat we doen? Waarom hebben we dat gezamenlijke zwemdiploma eigenlijk? Ik stel voor dat we een poging wagen om in de huid van het zwemdiploma te kruipen. Creatief en zeer van deze tijd! Op zoek naar de briljante oplossing. Tijd voor een doorstart!

DSC_0191-3

Ik ben een zwemdiploma

Ik ben een zwemdiploma. Ik ben van papier, lekker stevig, van een goede kwaliteit. Je krijgt me in een plastic hoesje, als je de dingen kunt die op mij staan. Die leer je tijdens de zwemles. Je laat ze zien bij het ‘diplomazwemmen’. Ze noemen me ook wel ‘het A’ of ‘het B’ of ‘het C’. Als je me krijgt is het feest. Als je mijn naam noemt weet iedereen wat je bedoelt. Nu nog wel in ieder geval.

Het gaat niet zo goed met de organisaties die mij verkopen. Ze ruziën over wat er op mij moet staan. Ik weet niet waarom ze dat doen. Ben ik niet goed genoeg? Staan er verkeerde dingen op mij? Is het te moeilijk voor de kinderen van deze eeuw? Willen ouders mij niet meer? Willen zij geen of een ander papiertje? Ze zeggen dat er misschien meer zwemdiploma’s zoals ik komen. Of dat ik misschien weg moet. Waarom? Ben ik te duur? En willen ze mij daarom liever zelf verkopen? Hoe moet dat dan? Wat staat er dan op die andere papiertjes? Hetzelfde? Vast niet, dat zou wel heel gek zijn. Er kan toch ook iets anders op mij worden gezet? Dat kunnen ze dan toch wel overleggen? Dat hebben ze eerder ook gedaan! Waarom nu niet?

Hoe moet het dan met mij? Niemand snapt er meer iets van! Wat ben ik straks nog waard? Moet ik een wedstrijd spelen met de andere papiertjes? Hoe moet ik dat dan doen? Het leren zwemmen blijft toch hetzelfde? Dat andere papiertje moet toch ook een bewijs zijn dat kinderen niet zo maar verdrinken? Wat stel ik nog voor? Ik ben bang dat ik kopje onder ga! En ik kan niet zwemmen. Dan verdrink ik! En ben ik helemaal verdwenen….

Help!

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.